MENU

Hoe plan je een tocht?

Een goede voorbereiding en tochtenplanning zijn van groot belang voor het slagen van een bergwandelvakantie.

Bij het plannen aan de hand van internet, kaarten en reisgidsen komt een nog onbekend gebied voor je tot leven. Bovendien geeft de voorbereiding je al veel plezier. Wie zich thuis goed voorbereidt, heeft minder kans om onderweg voor onaangename verrassingen te komen te staan en loopt bovendien niet het risico de mooiste plekjes te missen. In dit artikel leggen we je uit hoe je een tocht in de bergen kunt plannen.

Het slagen van je tocht hangt voor een groot deel af van een goede tochtenplanning. Zo’n planning bestaat uit je voorbereiding, ook die in Nederland, plus je planningsvaardigheden vóór, tijdens en na een (dag)tocht. Een goede tochtenplanning verhoogt de veiligheid, maar vereist kennis en informatie. Als je het tochtverloop kritisch in de gaten houdt en na afloop eerlijk evalueert, is je planning compleet.

Waar haal ik de informatie vandaan?

Informatie over tochten en gebieden krijg je uit kaarten, gidsjes, foto’s, websites, social media, verhalen van vrienden, de huttenwaard, gidsen, bij VVV-kantoren en natuurlijk de NKBV-Tochtenwiki. Informatie inwinnen kun je voor een groot deel thuis doen. Zo is er erg veel op internet te vinden, waaronder vaak veel informatie over de actuele condities van een route.

Stappenplan tochtenplanning

Tijdens het plannen van je tocht, werk je het volgende lijstje af:

  • Voorbereiding en conditie
  • Tochtgenoten en bewustzijn van het eigen kunnen en dat van de groep
  • Gebied en jaargetijde
  • Type tocht
  • Uitrusting
  • Weerbericht en tijdschema
  • Routeschema
  • Verkenning vooraf en evaluatie achteraf

Voorbereiding en conditie

De zwaarte van de tochten moet in overeenstemming zijn met je conditie en ervaring. Begin dus tijdig (minimaal zes maanden van tevoren) met conditietraining, volg (theoretische) cursussen en loop en/of klim zo veel mogelijk. Oefen ook het afdalen/afklimmen. Tel het aantal touwlengtes dat je op een dag klimt: een kleine alpenwand telt al gauw vijftien touwlengtes!

Tochtgenoten

Met wie je op stap gaat is van groot belang, want de tochtmogelijkheden worden bepaald door de vaardigheden van de zwakste deelnemer. Het makkelijkste is als beiden/alle deelnemers even goed getraind en even ervaren zijn. De meest ervaren tochtgenoot is verantwoordelijk voor de zwakkere. Als ervaring of conditie sterk uiteenlopen kunnen er problemen ontstaan. Spreek vóór vertrek goed af welke tochten je wilt maken en op welk niveau.

Gebied en jaargetijde

Denk bij de gebiedskeuze aan:

  • De hoogte van het gebied. Hoe hoger, hoe ingewikkelder het terrein (ijswanden, gletsjers), hoe langer en zwaarder de tocht en hoe meer mogelijke complicaties met slecht weer. De West-Alpen (waar de hutten bovendien verder uit elkaar liggen) zijn zo’n 1000 meter hoger dan de Oost-Alpen.
  • Aard van het gesteente: klimmen in kalk is heel anders dan in graniet. Onervarenheid leidt tot vertraging en onzekerheid.
  • Tijd van het jaar: vroeg in het jaar (juni/begin juli) ligt er vaak veel, moeilijk begaanbare sneeuw op de paden. Tegenwoordig worden veel gletsjers en ijswanden al vroeg in de zomer onbegaanbaar. Ook neemt de kans op steenslag sterk toe. De beste tijd om een route te klimmen verschilt per jaar. Check daarom altijd de actuele condities.

Type tocht

Soms is het routeverloop van een wandeling of beklimming duidelijk, maar niet altijd. Er zijn uitstekend gemarkeerde wandeltochten en perfect behaakte klimroutes, maar ook nauwelijks gemarkeerde wandelingen en klimroutes zonder één enkele haak. Een tocht in bomvast graniet is wat anders dan een toer met veel losse rots of steile sneeuw. De sneeuw- en ijscondities kunnen enorm verschillen. ‘Mixed’ terrein, dat bestaat uit deels rotsterrein en deels sneeuw/ijs, vereist meer alpiene vaardigheden dan puur rotsterrein van dezelfde moeilijkheidsgraad.

Uitrusting

Bedenk thuis welke uitrusting je nodig hebt en controleer het materiaal. Vervang zonodig onderdelen (zitten er scheurtjes in de stijgijzerbanden?). Controleer de uitrusting de dag vóór de tocht nogmaals en selecteer wat je nodig hebt. Te veel is op langere toeren zeer gevaarlijk (vermoeidheid, verliezen van evenwicht) maar te weinig ook. Zie het hoofdstuk Uitrusting voor een checklist. Pak de rugzak in op de avond vóór de tocht. ‘s Morgens in het donker en gehaast vergeet je zeker iets. Bovendien haal je anderen dan niet uit de slaap met rinkelend materiaal of het vreselijke geritsel van plastic zakken.

Weerbericht en info ter plekke

Informeer naar het weerbericht, het geadviseerde vertrektijdstip, de omstandigheden en gevaren tijdens de geplande tocht én de afdaling. Info over tochten haal je uit gidsjes, brochures, topokaarten, foto’s en tijdschriftartikelen. Info over de actuele omstandigheden krijg je van andere klimmers, de huttenbaas (van tevoren bellen), het plaatselijke gidsen- en/of toeristenbureau, en internetsites met info over routecondities.

Routeschema en tijdschema

Stel met behulp van alle verzamelde informatie een routeschema op, met bijbehorend tijdschema. Hoe groter de groep, hoe trager je bent. Zekeren en slechte omstandigheden (veel sneeuw) kosten extra tijd. Pas de gidsjestijden aan op je eigen kunnen, calculeer pauzes in en bereken de totaaltijd. Informeer bij de huttenbaas hoe laat je kunt ontbijten en bepaal de vertrektijd. Lopen in het donker gaat langzamer en kost meer energie. Het is dus niet altijd rendabel om heel vroeg te vertrekken. Leer de routebeschrijving – inclusief de afdaling – uit het hoofd en schrijf hem op, want in een ijzige storm op de top een gidsje lezen is moeilijk. Breng mogelijke uitwegen in kaart, vertel de huttenbaas welke tocht je maakt en wanneer je terug denkt te zijn. Schrijf dit ook in het huttenboek.

Verkenning vooraf

Als je voor een rotswand staat of ’s morgens in het donker bij een wirwar van paden naast de hut, heb je weinig aan een 1:25.000-kaart: het overzicht ontbreekt. Oriënteer je daarom ’s middags na aankomst in de hut op het landschap, de toppen en de tocht. Probeer de gekozen route te volgen (verrekijker). Lukt dit niet, loop dan een stukje in de richting tot je wel overzicht hebt en plaats eventueel een steenman op een cruciaal punt. Onthoud alle relevante details en maak zonodig een schets. Bij vertrek in het donker kan zo’n verkenning voorkomen dat je verdwaalt.

Gidsjes

Er is een grote diversiteit aan gidsjes. Behalve gedetailleerde routebeschrijvingen staat er meestal algemene gebiedsinformatie in plus hutteninfo, topo’s en foto’s. Elk gebied heeft een eigen interpretatie van de moeilijkheidswaarderingen. Als je in een nieuw gebied met een nieuw gidsje op stap gaat, kun je beide het beste met een paar makkelijke tochten testen. Dan weet je de verhouding tot andere gebieden. In de meeste klimgidsjes wordt een klimtechnische moeilijkheidsschaal en een overallwaardering gebruikt (zie tabel p. 16).

Het is een menselijke eigenschap om te kijken naar de moeilijkste klimpassage en dan te denken dat je de rest ook wel aankunt. Voor alpentochten is niets minder waar. Een randspleet of een uitgebroken rotspartij kan een hindernis vormen die enkele uren kost, waardoor de tocht zeer moeizaam wordt. In het begin van je bergsportcarrière is het meestal moeilijk om de gidsjestijd te halen – vaak mag je die rustig met een factor 2 of zelfs 3 vermenigvuldigen. Doe daarom eerst een korte tocht en keer op tijd om als je er te lang over doet. Na verloop van tijd moet je in staat zijn om binnen de gidsjestijd te blijven. Lukt dat niet, maak dan eenvoudiger tochten.

Kritisch t.a.v. het tochtverloop

Let tijdens de tocht op je tochtgenoten, jezelf, de moeilijkheden en het weer. Houd het tijdschema nauwlettend in de gaten en keer om als het te lang duurt. Kies een point of no return. Verdeel je krachten over de dag, zeg het eerlijk als je mee bent en overleg over een mogelijke terugtocht voordat het te laat is.

Evaluatie

Een eerlijke tochtevaluatie is van groot belang bij de planning van de volgende tocht. Kijk hoeveel je de gidsjestijd en je eigen tijdschema hebt overschreden en trek daar je conclusies uit. Een tocht die veel te lang heeft geduurd is meestal een indicatie dat je de technische, psychische of conditionele moeilijkheden onderschat hebt.

Laaglanders

Omdat we als Nederlanders niet erg gewend zijn aan sporten in de bergen, moet je bij het plannen van je tocht nog met een aantal extra zaken rekening houden:

  • Je bent meestal hooguit enkele weken per jaar in de bergen, waardoor je verhoudingsgewijs langzaam ervaring opdoet. Ervaring uit het verleden zit nog wel in het hoofd, maar om snel en doortastend te handelen heb je regelmatige oefening nodig.
  • Een ogenschijnlijk perfecte training in eigen land, wandelen, hardlopen en klimmen, is geen garantie voor soepel wandelen en klimmen in de Alpen. Acclimatisatie en het geleidelijk verhogen van het inspanningsniveau zijn dit wel. Niet-technisch terrein wordt vaak onderschat; veel bergsportongevallen gebeuren in betrekkelijk onschuldig terrein.
  • Goed kunnen klimmen in een klimhal of een sportklimgebied is iets anders dan datzelfde in de Alpen, waar het routeverloop vaak onduidelijk is, je regelmatig zelf zekeringspunten moet maken en de routes veel langer zijn dan je gewend bent.
  • Maatgevend voor het type tocht dat je kiest is je alpiene ervaring en níet je indoor- of rotsklimniveau, noch dat je een marathon kunt lopen of grote afstanden hard kunt fietsen. Houd in de Alpen een ruime veiligheidsmarge aan.
  • Vooral de lengte van de tocht is voor veel Nederlanders een struikelblok. Onervaren alpinisten zijn niet zelden het dubbele, soms zelfs het driedubbele van de gidsjestijd onderweg! Dat is bij korte trainingstochten niet erg. Ga pas serieuze/lange tochten doen als je die wel binnen de gidsjestijd kunt klimmen.