MENU

Onweer in de bergen (deel 2)

Wat kun je het best doen als je in een onweersbui terecht komt?

Onweer in de bergen (deel 2): omgaan met onweer

Veel bergwandelaars en alpinisten is het al wel eens onverkomen. Bliksemflitsen die de lucht doorklieven en donders die door de bergen echoën - en jij zit er middenin! Je rent de gletsjer af, terwijl de hagelstenen op je helm tikken. Wat begon als een mooie dag is nu omgeslagen in een vervelende of zelfs gevaarlijke situatie. Onweer boezemt vrijwel alle bergsporters angst in, en terecht. Wat kun je het beste doen als je onverhoopt in een onweer terecht komt?

Dit is het tweede deel van een artikel over onweer. Lees in deel één hoe je onweer tijdig kunt herkennen zodat je er niet door verrast wordt.

Onweer in de bergen (deel 1)

Voor de tour
Een goede voorbereiding is het halve werk. Uiteraard is het beter om een kortere en eenvoudigere tour te maken bij onweersdreiging. Maar het is ook belangrijk om na te denken over in hoeverre de route begaanbaar blijft als je onverhoopt in onweer terecht komt.

  • Zijn er goede, snelle, veilige vluchtroutes? Bijvoorbeeld uit een multi-pitch sportklimroute.
  • Is de route nog veilig af te dalen bij regen, sneeuwval of verijsde rotsen? Denk aan rotsplaten of steil gras in wandelroutes.
  • Zijn er steenslaggevaarlijke plekken? Denk aan puincouloirs.
  • Kan ik de sleutelpassages ook weer afdalen? Ben ik zo niet gedwongen verder te klimmen?
  • Moet ik bergbeken oversteken, die onpasseerbaar kunnen worden bij veel regenval?
  • Verloopt de aanloop van/naar bijvoorbeeld een multipitch route via allerlei grasbandjes die bij regen glad worden?
  • Moet je een wijdse gletsjer oversteken waar je in de mist makkelijk kunt verdwalen?

Dat zijn vragen die je jezelf moet stellen als je een tocht plant terwijl er onweer verwacht wordt. Bedenk ook alvast welke tekenen je aan de hemel kunt verwachten. Wordt er bijvoorbeeld warmteonweer verwacht, dan moet je vooral letten op opbollende stapelwolken. Bij een koufront moet je juist de toename van hoge en middelbare bewolking goed in de gaten houden.


Foto: Erich Kübler.

Tijdens de tour
Als je eenmaal op pad bent, blijf vooral regelmatig naar de lucht kijken. Zie je al opbollende stapelwolken? Zie je al bewolking die lijkt op een aambeeld van een onweersbui? Ook kan het nuttig zijn op je smartphone de laatste beelden van de buienradar en eventueel satellietfoto's te bekijken. Het heeft in zulke situaties geen zin meer om weerberichten te lezen of weermodellen te bekijken. Die worden slechts enkele malen per dag ververst, terwijl je, als je al op tour bent, vooral het weer voor de komende uren wilt weten. Kijk bijvoorbeeld op de buienradars:

Wordt de lucht dreigend, is omkeren uiteraard de beste optie. Daarbij is de vuistregel: snelle veranderingen aan de hemel vereisen snel handelen!

In het onweer
Nu is het toch gebeurd: ondanks alle voorbereidingen en het constant in de gaten houden van de hemel is toch snel een heftig onweer komen opzetten. Wat nu te doen? Zodra er minder dan 10 seconde tussen bliksem en donder zitten, zit je 'in het onweer'. Dat wil zeggen: je loopt direct gevaar door het onweer. Er is bijvoorbeeld kans dat de bliksem ook in de buurt inslaat. Vanaf dat moment dient alles wat je doet in het teken te staan van zo snel mogelijk veiligheid opzoeken, bij voorkeur een berghut met bliksemafleider of het dal (auto/huis).

De bliksemflitsen boezemen het meest angst in. Dat alpinisten of wandelaars getroffen worden door een directe blikseminslag, gebeurt echter maar zelden. Het veruit overgrote deel van de ongelukken tijdens onweer gebeurt door alle bijkomende gevaren, zoals steenslag en uitglijden op bijvoorbeeld natte/verijsde rotsen, grasbandjes of wandelpaden. Door de bewolking en de mist verdwalen mensen, waardoor ze (ongemerkt) in gevaarlijk terrein terrecht komen. Ook gebeurt het dat in paniek cruciale zekerfouten gemaakt worden of het zekeren geheel achterwege wordt gelaten. Toch hoor je ook vaak verhalen dat mensen stroom door hun lichaam voelde stromen (tintelingen), of dat haren ineens rechtop gingen staan. Dit wordt echter meestal veroorzaakt door blikseminslagen in de buurt, waardoor er een groot oppervlak kortstondig onder stroom komt te staan. Deze stroomsterktes zijn over het algemeen niet dodelijk, in tegenstelling tot directe blikseminslagen. Daarnaast raakt de aarde onder een negatief geladen buienwolk vaak positief geladen. Als de tegenstelling tussen positieve en negatieve lading te groot wordt, ontstaat een bliksemontlading om de tegenstelling op te heffen. Dat het aardoppervlak geladen wordt, uit zich nog wel eens in zoemende pickels, of haren die overeind gaan staan. Als je op een bergtop of hooggelegen punt staat, betekent dit acuut inslaggevaar.

Kalm blijven
Omdat de kans op directe blikseminslagen zo klein is, is het vooral belangrijk om kalm te blijven als je overvallen wordt door onweer. Blijf vooral veilig klimmen en denk na voor je handelt. Omdat de kans op directe blikseminslag veel kleiner is dan alle bijkomende gevaren, is de extra tijd die je daarmee kwijt bent toch een winst in veiligheid. Als het bijvoorbeeld nodig is af te zekeren, doe dat, ook al kost het extra tijd. Vaak is het nodig om meer en langere stukken af te zekeren in onweer dan bij mooi weer, omdat rotsen bijvoorbeeld glad worden door regen, sneeuw of verijzing. Daarnaast speelt ook een rol dat mensen door de onbehagelijke weersomstandigheden of paniek vaak minder helder nadenken en fouten kunnen maken. Ook neemt de kans op steenslag toe tijdens onweer. Daarom is bijvoorbeeld het gebruik van een zelfzekering bij abseilen absoluut nodig.



Bron: BergundSteigen 3/2003.

Besef ook dat de top van de berg veruit het gevaarlijkst is. In principe win je al aanzienlijk aan veiligheid door ongeveer tot 20-30 meter onder de top af te dalen. Verder afdalen is aan te raden als dat veilig kan. Maar vaak genoeg voert een verdere afdaling door puinhellingen of puincouloirs. Daarin abseilen tijdens onweer met regen is sterk af te raden, vanwege de kans op steenslag. Het is ook aan te raden altijd op de route te blijven. Abseilen vanaf de graat in wanden, puur om weg te zijn van de top, maakt het juist ook gevaarlijk vanwege verhoogd steenslagrisico. Ook het nemen van wandelpaadjes waarvan je niet weet waar die naar toe gaan is sterk af te raden, omdat je snel in lastig terrein kunt komen. Daarom kun je het best op de route blijven.

Klettersteigs
Een uitzondering hierop zijn klettersteigs. Als je op een klettersteig overvallen wordt door onweer, is het juist gevaarlijk om op de klettersteig verder af te dalen, ook al ben je laag op de berg. Een klettersteig is in feite namelijk een grote metalen bliksemafleider die vaak bij de top van de berg begint en in het dal eindigt. Slaat de bliksem in op de bergtop, heb je kans dat de hele klettersteig onder stroom komt te staan. Zoek een plek op waar je veilig kan staan, ontkoppel je van de klettersteig nadat je een extra zekeringspunt hebt gevonden in de rotsen, of als niets anders voorhanden is, met een schlinge rond een stevige, levende boom mits die niet het hoogste punt vormt. Zorg er wel voor dat je altijd gezekerd blijft! Het kan gaan waaien, door regen kunnen rotsen en gras nat en glad worden en door nabije blikseminslagen kun je door de schokgolven je evenwicht verliezen. Vind je geen geschikt zekerpunt en is het terrein geëxponeerd, dan blijft er niets anders over dan je toch nog aan de klettersteig te zekeren. Doe dit dan met een karabiner bij de kabel en niet bij je lichaam, en houdt niet met je handen de klettersteig vast. Hetzelde geldt ook voor alpiene routes. Zorg ook daar altijd voor een zelfzekering, om dezelfde reden. Vat geëxponeerd terrein ook ruim op. Er zijn verhalen bekend van klimmers die door schokgolven van een nabije inslag pas enkele meters verder tot stilstand kwamen. Bij voorkeur zekeringen dubbel uitvoeren, omdat de stroomsterkte bij een blikseminslag karabiners kunnen laten knappen en touwen kunnen laten smelten. Indien mogelijk de karabiner ook niet nabij je lichaam inhangen, maar aan de andere kant van het touw om zo brandwonden te voorkomen.

Een wijdverbreid misverstand is dat metalen voorwerpen de bliksem aantrekken. Een bliksemafleider is weliswaar van metaal, maar functioneert alleen goed als een bliksemafleider omdat de metalen staaf met de aarde verbonden is. In het algemeen geldt dat de metalen voorwerpen die we bij ons dragen te klein zijn om het punt van blikseminslag merkbaar te beinvloeden. Waarom moet je ze dan wegleggen? Dat is vooral om de gevolgschade van een blikseminslag te verminderen. De bliksem zoekt namelijk de weg van de minst weerstand. De huid zelf is normaal gesproken goed geleidend en daarom zijn de kansen een blikseminslag te overleven nog vrij groot. Maar in metalen voorwerpen is de weerstand nog lager en dus zal de stroom zich daar concentreren en daarbij kunnen hoge stroomsterktes optreden, die ernstige brandwonden kunnen veroorzaken. Dit kan bij directe als ook nabije inslagen gebeuren. Om deze redenen hoeven metalen voorwerpen alleen dan weggelegd worden, als ze niet voor (zelf)zekeringen nodig zijn en verder afdalen geen optie is. Als je een pickel nodig hebt om af te dalen, gebruik hem. Als je aan gletsjer aan touw moet met metalen karabiners, doe dat.

Uiteindelijk gebeuren vaak ongevallen doordat mensen overhaast weg proberen te vluchten of in paniek raken. Daarbij doen ze onveilige of zelfs stomme dingen. Pas als je besluit dat afdalen te gevaarlijk is en je het onweer moet uitzitten, leg dan je pickel, stokken, fotocamera's, GPS en andere metalen voorwerpen die niet voor je zelfzekering noodzakelijk zijn op een afstand en ga gehurkt op de grond zitten, met de voeten tegen elkaar. Ga nooit plat op de grond liggen en blijf weg van geïsoleerde hoge objecten (bijvoorbeeld masten van skiliften en kabelbanen en geïsoleerd staande bomen). Steun je handen niet af aan bijvoorbeeld een rotswand of boom, maar sla ze rond je benen. Anders kan de stroom van de bliksem via je handen en voeten door het lichaam stromen. In principe is het weer veilig zodra er een half uur verstreken is na de laatste bliksem en donder.

Dus samengevat:

  • Directe blikseminslag is niet het grootste gevaar, maar vooral alle bijkomende gevaren als steenslag, verijsde rotsen, slecht zicht, etc.
  • Blijf kalm, blijf nadenken en neem de tijd om veilig onderweg te blijven.
  • Altijd blijven zekeren in geëxponeerd terrein (vat geëxponeerd ruimer op bij slecht weer dan goed weer).
  • Altijd zelfzekering houden waar nodig. In het onweer (zelf)zekering altijd dubbel uitvoeren.
  • Altijd afdalen tot tenminste 20-30m onder de top, daarna afdalen als dat op een veilige manier mogelijk is.
  • Metalen voorwerpen pas wegleggen als veilig verder afdalen geen optie is.

Nog een laatste tip: in september is de kans op warmteonweer een stuk kleiner. Hoewel de dagen korter worden, win je ook tijd omdat je niet zo vroeg terug hoeft te zijn. Dat maakt het een goed seizoen voor lange rotstouren of lange alpiene sportklimroutes zonder sneeuw- en ijspassages.

Auteur: Nander Wever