MENU

10 tips boulderen

Adviezen en tips om optimaal te boulderen. 

Boulderen is qua bewegingen complex, maar het idee is makkelijk: je klimt naar de bovenste greep en springt terug op de mat. Boulderen is een veilige sport als je goed weet hoe je moet vallen en je beheerst klimt. Klim je in de hal, informeer dan bij het personeel naar trainingsgroepen en opleidingsmogelijkheden.

1. Warm goed op voor je start

De belasting op je lichaam bij boulderen is een stuk hoger dan bij sportklimmen. Dat komt doordat de discipline meer explosief is en je enkele meters afspringt. Goed opwarmen is daarom belangrijk. Fiets naar de hal, ga touwtjespringen of joggen in de hal en start met voldoende makkelijke boulders. Denk er ook aan dat je het afspringen rustig opbouwt van een steeds grotere hoogte.

2. Check de demping van de mat

Check bij je warming-up in een onbekende hal hoe de demping en de stroefheid van de matten is. Je voorkomt dat je bij een onverwachte val verrast wordt door de mate van of het gebrek aan inveren van de mat.

3. Houd het valgebied vrij

Zorg ervoor dat je om actieve boulderaars heen loopt in plaats van onder ze door en houd de mat vrij. Zitten of liggen is veiliger op de bankjes en het loopgebeid om de matten heen. Kijk ook voor je de boulder instapt of de route van een boulderaar naast je niet door jouw route heen loopt. Houd ook rekeningen met dynamische bewegingen en het uit de route zwiepen van ledematen.

4. Leg de bouldermat/crashpad op de juiste plek

In de bouldertuin of buiten heb je een crashpad nodig. Check of deze op de juiste plek ligt, en of er spleten of randen zijn waar je in/op kunt vallen. Buiten houd je rekening met boomwortels, dennenappels of stenen onder je liggen.

meer over buiten boulderen

5. Spot alleen als het zinvol is

Je spot wanneer de boulderaar het risico loopt gevaarlijk terecht te komen. Bijvoorbeeld als er geen aaneengesloten matten zijn of in boulders waar je horizontaal hangt en het risico loopt op hoofd of rug te landen. Maar ook als je boven je hoofd een hook moet leggen of als je een voet verklemt. Bij het uitwerken van lastige passen helpt een ‘powerspot’ - iemand goed vastpakken en meer of minder ondersteuning geven.

to spot or not

6. Vang een val dynamisch op

Belangrijker dan het hebben van een spotter is het goed kunnen vallen - een kunst die geoefend kan worden. Enkels, hielen en polsen zijn vaak slachtoffer van het verkeerd inschatten en vervolgens opvangen van een val. Oefen met afspringen en vang een val dynamisch op door in te veren of door te rollen. De moeilijkste vallen zijn vaak de kortste omdat er te weinig tijd is om te reageren...

7. Doe je gordel en sieraden af

Tijdens het sportklimmen ook even boulderen? Zorg dat je je gordel met materiaal af doet, maar ook je pofzak met karabiner eraan. Bij een val wil je niet op deze materialen terecht komen. Ook je sieraden kun je beter af doen. Ermee blijven hangen achter een greep is erg onprettig en kan vervelend letsel veroorzaken. Geen sieraden om je vingers, polsen, hals en enkels dus. En vergeet ook je piercings niet...

8. Laat je pofzak op de grond

Indoor boulderen? Leg je pofzak naast je op de mat. Je voorkomt dat je bij een val de hele inhoud verliest wanneer je springt, valt of ondersteboven hangt.

9. Stop op tijd bij klachten of pijn

Het is aan te raden om op tijd te stoppen bij overbelastingsklachten of pijn. Je kunt beter twee keer minder fanatiek trainen dan één keer te ver gaan.

meer over klimblessures

10. Ken het huisreglement van de hal

In het huisreglement van een boulderhal staan regels die over de specifieke veiligheid binnen de hal gaan. Zorg dat je weet op welke situaties je alert moet zijn en weet wat je wel/niet mag in je hal

Veel plezier met boulderen!

alles over boulderen