MENU

To spot or not?

Boulderen is laagdrempelig, fun en sociaal en safe. Vallen en spotten moet je echter wel oefenen. Hoe?

Als je buiten gaat boulderen, is de grond zelden vlak en een crashpad een stuk kleiner en dunner dan de mat in de hal. Als je met z'n tweeën gaat boulderen kan één van beide de ander spotten. Maar wat doet een spotter precies, en is spotten altijd zinvol? We leggen het uit.


Een highball in Hampi. Niet te spotten. Bron: Wikipedia.

Goed spotten

Spotten is niet de kunst van het opvangen van de boulderaar. Het gewicht en de snelheid van een vallende boulderaar leidt tot een kracht die simpelweg te groot is om op te kunnen vangen. Spotten is wel een hulpmiddel om in bepaalde gevallen de boulderaar te ondersteunen bij het beheerst helpen met zijn eigen landing. En waarbij de spotter de kwestbare delen van de boulderaar beschermt tegen een onaangenaam harde en pijnlijke landing. Wat er beschermd moet worden door het spotten hangt af van de specifieke route, maar over het algemeen zijn hoofd en rug het belangrijkst. De boulderaar moet daarbij zelf meehelpen. Een boulderaar die niet goed kan of durft te vallen kan door een spotter maar beperkt geholpen worden.

Spotten ondersteunt een ervaren boulderaar, maar alleen als:

  • de spotter weet waar hij de boulderaar voor moet behoeden;
  • de spotter letterlijk en figuurlijk voldoende stevig in z'n schoenen staat om de boulderaar ook daadwerkelijk van het obstakel weg kan houden;
  • de spotter zelf in een stabiele positie staat;
  • er een veilige landingsplek is.

Het spotten van kinderen is een ander verhaal. Kleine kinderen zijn namelijk nog zo licht dat je ze als volwassene wel degelijk op kan vangen. Spotten kan voor hen dus veel meer betekenen dan voor volwassenen.

Spot alleen als het echt nodig is, dus als er een reëel risico is om ongecontroleerd of gevaarlijk terecht te komen. Dat is wanneer:

  • de boulderaar horizontaal hangt en het risico loopt op het hoofd of de rug te landen. Bijvoorbeeld bij toehooks, heelhooks of voetverklemmingen;
  • de boulderaar het risico loopt op de rand van een mat of een oneffenheid terecht te komen;
  • de boulderaar tegen een boom, een tak of andere rots kan vallen, of waar de landingszone erg helt.

Een zogenaamde powerspot waarbij je de boulderaar ondersteunt is nuttig om lastige passages uit te werken. Het kan ook helpen om bij mentaal lastige passages iemand licht met de vingertoppen aan te raken. Dat kan net het beetje zelfverstrouwen geven dat nodig is om de passage te doen. Let op dat je geen echte ondersteuning geeft. Dan telt de beklimming namelijk niet meer.

Oefenen, oefenen, oefenen

Het opvangen van een val is voor het grootste deel de verantwoordelijkheid van de boulderaar zelf. Zonder coördinatie en handigheid kun je beperkt geholpen worden door een spotter. Om goed te kunnen vallen moet je je potentiële valtraject kunnen overzien, weten waar je lichaam zich bevindt ten opzichte van ondergrond en eventuele obstakels en moet je zonder nadenken instinctief kunnen reageren. Bij een plotselinge val is er geen tijd om bewust na te denken en te handelen. De reactie moet uit je reflexen komen. En om dat te bereiken is er maar één oplossing: oefenen, oefenen, oefenen.

Dat oefenen kun je prima doen in de hal. Besteedt regelmatig een deel van je bouldersessie aan het steeds afspringen en het dynamisch opvangen door in te veren of door te rollen. Vang vallen zo op dat armen en benen nooit 'op slot staan'. Pas er voor op om roterende vallen te stoppen met je ledematen. De kans is groot dat je dan een arm of been omknikt in een richting die er niet voor bedoeld is... Werk na verloop van tijd er langzaam naar toe om steeds hogere en complexere bewegingen op te vangen, waaronder zijdelingse of achterwaartse (overhangende) dyno's.

Op een gegeven moment ben je zo ver dat je in elke klimpositie je valtraject onbewust al weet zodat je reflexen er voor zorgen dat je lichaam zich bij een eventuele val vanzelf zal 'richten'. Pas dan ben je een volleerd 'valler' en kun je safe boulderen. Hele korte vallen (wegzippen van een tree vlak boven de grond of boven een module) blijven helaas geniepig. Er is dan namelijk te weinig tijd om adequaat te reageren. Zelfs de meest ervaren boulderaar kan in dit soort gevallen verkeerd landen en een blessure oplopen.

Spotten in de hal is slechts zelden zinvol. In de hal wordt boven een mat met 30 cm schuim geklommen. Op een wortel of rots terecht komen is er niet mogelijk. Spotten levert eerder het risico op dat een klimmer onzacht in aanraking komt met de spotter. Alleen in situaties waar de klimmer met een voet verklemt boven het hoofd hangt is spotten in de hal zinvol.

Het is aan te raden om bij iedere bouldersessie (indoor en outdoor) het vallen in het opwarmen op te nemen. Een goede warming up voor je benen en onderrug (steeds van iets hoger vallen) beschermt tegen blessures en zet je reflexen weer op scherp.

Mis je de ervaring om te vallen? Een goede stelregel is dan dat je niet hoger klimt dan de hoogte waarvan je weet dat je goed af kan springen. Dat geldt voor alle posities en bewegingen. Of het nu platen, overhangen, daken of dyno's zijn.

Meer lezen

Je kan meer over spotten en vallen bij boulderen lezen in de onderstaande artikelen. Drie quotes uit het artikel van de CWA uit 2019:

"... Spotting is for the purpose of protecting the head and neck area. In 25 years of operating climbing gyms I have never seen a head injury in a gym while bouldering. For the life of me I cannot figure out why you would need to spot anyone with 12 inches of foam as the landing surface. Spotting will never eliminate broken ankles and wrists. It is not designed for that.”

“In an indoor climbing facility, I think it is FAR more important to talk about how to fall properly than how to spot. People don't really spot even when you take the time to tell them about it. Most bouldering accidents can be reduced from a falling demonstration rather than a spotting demonstration. In my opinion, by teaching and telling people about spotting you are increasing the likelihood that someone will get injured. By teaching proper falling techniques, you are decreasing that risk.”

“On the practice of an orientation in the bouldering area, I think it should include falling instruction. This will also reduce injuries, and hopefully shield gyms from some liability. I also think spotting is very overrated. There are very few people qualified to spot properly. Letting a novice spot someone is dangerous to the climber and the spotter. The effort would be better spent on falling education. Why not require it like a belay test?”