MENU

Tips voor lange multi-pitches

In dit artikel geeft Expeditie Academie coach Bas tips voor het klimmen van lange tot ultra multi-pitches, van 10 tot 50 touwlengtes. Hoe pak je de voorbereiding aan, hoe maak je snelheid in de wand en hoe hou je zo'n klimmarathon vol? Ook geeft hij tips voor een bivak in de wand.

Waarom lange routes?

Veel van mijn mooiste herinneringen in de bergen zijn lange alpiene rotsroutes die eindigen op een mooie top. Voor mij geeft het gevoel van vele touwlengtes achter elkaar klimmen heel veel voldoening. Achteraf kan ik hier vaak nog lang op kan teren. Een bivak in de wand geeft vaak ook een enorme extra dimensie. Slapen op een richel is voor mij simpelweg iets bijzonders dat je niet snel vergeet. Alpiene rotsklimmen draait om avonturen beleven in de bergen en tegelijkertijd de mooiste klimlengtes te vinden.

Maar om alles gelijk maar te relativeren: een lange alpiene route is zeker niet altijd beter dan een korte. Soms is het ook goed genoeg om te genieten van sportklimroutes in het dal of van een korte technische multipitch waar elk lengte gegarandeerd mooi is. Voor een lange route moet alles kloppen en dat komt niet altijd voor. Maar wanneer alle puzzelstukjes gelegd zijn, kan een lange alpiene rotsroute een herinnering voor het leven zijn.

Met dit artikel hoop ik je te helpen door mijn eigen visie en ervaringen met alpiene rotsklimmen te delen.

Over wat voor soort routes ga ik het hebben?

  • Alpiene rotsklassiekers in een bergachtige omgeving
  • 10 lengtes of meer
  • Moeilijkheidsgradatie hoofdzakelijk tussen de 5a en 7a
  • Het klimmen gebeurt voornamelijk op klimschoenen, maar het kan wel nodig zijn om bergschoenen, stijgijzers en pickel mee te nemen voor de aanloop, afloop of voor passages de route zelf.
  • Het klimmen heeft een klassiek karakter: de route verloopt via spleten, versnijdingen, schoorstenen
  • Er is sprake van klassieke afzekering: er moeten vaak zelf mobiele zekeringen geplaatst worden, de kwaliteit van de aanwezige (mep)haken kan variabel zijn en de standplaatsen (op mephaken) moeten verbeterd worden of soms zelfs volledig zelf gebouwd worden.
  • De lengte van de route is zodanig lang dat snelheid en efficiëntie een belangrijke factor is.
  • Een goed beslisproces, de juiste ervaring en de juiste mentale vaardigheden zijn net zo belangrijk als het fysieke kunnen van de touwgroep.
  • In sommige van deze klassiekers kunnen ook lengtes met losse rots voorkomen.
  • In sommige lange routes moet ook de afweging gemaakt worden of je hierin bivakkeert op niet.

Mijn verhaal is opgedeeld in:

  • een voorbereidende fase
  • de fase op op de berg
  • de evaluerende fase achteraf.

Hieronder vind je een aantal foto’s van voorbeeldroutes die ik zelf geklommen heb.

Dennis klimt voor in de Mer de Glace - Grepon (800m, 5c) in het Mont Blanc gebied. Dit is een klassieke route met mooie vierde- en vijfdegraads lengtes.
De Aiguille Noire zuidgraat is zo’n 1200m lang en is onderdeel van de beroemde Peuterey Integrale die naar de top van de Mont Blanc (op de achtergrond te zien) leidt. In onze rugzakken zit bivakmateriaal voor twee nachten op de berg slapen.

De Barre des Ecrins zuidpijler (1200m, 5c) leek mij van tevoren een mooi avontuur, maar tijdens het klimmen bleek het vooral een wilde, serieuze en niet ongevaarlijke route te zijn vanwege de vele losse rots. Soms strookt je verwachting niet helemaal met wat je krijgt. De traverse in de Cassin route (500m, 6a/a1 of 7a) op de Westliche Zinne in de Dolomieten. Dit is een historische route uit de jaren dertig met veel oude mephaken.

De Gervasutti op de Allievi (5c, 800m) in de Bergell is een route in prachtig graniet. Ook een oude klassieker die de moeite waard is om te klimmen.

Vooraf: Ik wil zoveel mogelijk proberen om in elke blog nieuwe informatie te plaatsen, dus lees eerst deze artikelen als je dat nog niet gedaan hebt:

  • Wanneer ben je klaar voor een lange alpiene rots route? In deze blog lees je meer over hoe je je kan ontwikkelen tot alpiene rotsklimmer.
  • Eerder schreef ik een blog over het klimmen van technische multipitches. Deze blog heeft ook raakvlakken met wat ik in dit artikel ga vertellen
  • Mijn artikel over tochtenplanning is een goede basis voor lange alpiene rotsroutes
  • Mijn artikel over training voor alpinisme is ook relevant in de voorbereiding.

Fase 1: De voorbereidende fase

De juiste beslissingen nemen

Het ingewikkelde aan een lange alpiene rotsroute is dat er enorm veel seinen op groen moeten staan voordat je kan starten met klimmen. Een goed beslisproces voorafgaand aan een lange route is daarom essentieel. Dat zorgt er ook voor dat je op de berg de juiste beslissingen neemt. Aan de ene kant moet je beschikken over de juiste hoeveelheid ervaring, een goed uithoudingsvermogen en de benodigde klimvaardigheden. Aan de andere kant moet je een goed uitgedacht plan hebben dat rekening houdt met weer, condities en risico’s op de berg. Communiceer open en eerlijk met je klimpartner over de voors en tegens. En durf nee te zeggen tegen dat een plan dat niet goed voelt. De bergen lopen niet weg. Neem de tijd om je route te realiseren - een week is vaak te kort.

Routekeuze

Een van de eerste stappen die je kan zetten in het proces, is het uitzoeken van routes. Mijn tips voor routekeuze:

  • Maak ruim van te voren een wishlist met verschillende opties en bespreek deze met je klimpartner. Bij een lang en ambitieus doel werkt het veel prettiger om je langere tijd te kunnen voorbereiden. Ook kan je schakelen naar kortere routes als het weer niet meewerkt.
  • Baseer je routekeus altijd op meerdere gidsjes. Verzamel verschillende topo’s.
  • Google uitgebreid naar je route. Camptocamp, Gipfelbuch en Bergundsteigen zijn goede bronnen. Persoonlijke websites met tochtverslagen zijn ook altijd handig
  • Begin in een gebied altijd met een tocht die goed binnen je kunnen ligt en evalueer hoe goed dit ging. Bouw vervolgens op in moeilijkheidsgradatie en complexiteit en bepaal dan of de lange route die je in gedachten hebt nog steeds realistisch is.
  • Verdiep je in de terugkeer mogelijkheden in de route voor het geval dat je onverhoopt moet omdraaien. In sommige routes kan je nog prima abseilen(laag commitment), in andere routes is de weg naar de top vanwege een complex routeverloop de enige uitweg (hoog commitment). Wanneer je voor het eerst echt lange routes gaat klimmen, is een route met een lager commitment aan te raden.
  • Het is belangrijk om door de reputatie van een route heen te kunnen kijken. Niet alle klassiekers bieden altijd mooi klimmen of zijn 100% veilig. Durf de waarde van een route te relativeren.

De Grandes Jorasses met links van het midden de Walker Spur. Dit is een route met een reputatie omdat hij onderdeel van de drie grote noordwanden is (Eiger, Matterhorn en Grandes Jorasses).

Een actiefoto van mij op de Walker Spur op de Grandes Jorasses in 2015. Als je goed kijkt zie je een hoop losse rots op de foto. Wij hadden meerdere keren last van steenslag. Een aantal lengtes waren mooi, maar er waren zeker ook verschillende lengtes met slechte rots. Het was een groot avontuur waar ik vooral achteraf van kon genieten. Foto: Thomas Gauthey.
Een week na de Walker Spur klom ik de Contamine op de Petit Jorasses (800m, 6a) vlak naast de Walker Spur. Het was eerlijk gezegd best een eye-opener dat deze route veel mooier was om te klimmen dan de grote buurman (boven in beeld).

Weer

Voor een lange route wacht ik 100% perfect weer af. Dat betekent dat er een volledig zonnige dag voorspeld moet zijn zonder neerslag en met weinig wind. Wanneer er vraagtekens over het weerbericht blijven bestaan, is het beter om door te schakelen naar een meer laagdrempelig doel. Dat kan soms teleurstellend zijn, maar het is onderdeel van de sport. Ik kijk ook naar het moment wanneer er een nieuwe weersverslechtering voorspeld wordt, zodat ik hiermee rekening mee kan houden mocht alles langer duren dan gepland. Het weerbericht is altijd leidend als je een plan gaat maken.

Condities

De omstandigheden in de route kunnen allesbepalend zijn voor het verloop van de beklimming. Het is daarom belangrijk om je hier goed in te verdiepen en het juiste moment af te wachten. In een lange alpiene rotsroute is het uiteraard van belang dat je droge rots aantreft. Na regenval kan het bijvoorbeeld even duren voordat alles weer opgedroogd is. Smeltende sneeuw kan ook voor natte rots zorgen.

Steenslag of rotslawines zijn een belangrijke factor om in de gaten te houden, vooral in hoogalpiene gebieden tijdens aanhoudende hittegolven. Er kunnen dan gevaarlijke en instabiele condities ontstaan. Wijk uit naar een lager gelegen gebied als de permafrost (de bevroren binnenlaag in de berg) dreigt te ontdooien. Hoger gelegen gebieden zoals het Mont Blancgebied, Ecrins en Wallis hebben hier met name last van, vooral naarmate de zomer vordert. Als de 0-graden grens zich meerdere dagen tussen de 4000m-5000m bevindt, kan dit tot instortingsgevaar van gehele wanden leiden.

Denk ook na over de periode die je kiest. In de Alpen loopt het seizoen voor alpiene rotsroutes grofweg van juni tot eind september. In juli kan je volledig andere omstandigheden aantreffen dan in september. Soms kan het ook een voordeel zijn om later in het seizoen te gaan. Na de zomer vakantie zijn de bergen opeens veel rustiger. Het voordeel aan juni en juli is dat je het meeste daglicht hebt.

Tijdens onze beklimming van de Grand Capucin (normaal gesproken een pure rotsroute) in juni 2021 kwamen Boris en ik op de top in diepe voorjaarssneeuw terecht. Door de warme temperaturen was het geen probleem om dit op te klimschoenen te doen.
Een voorbeeld van een route waar ik lang heb getwijfeld over de condities is de Gervasuttipijler (6a, 900m, in het midden te zien) op de Mont Blanc du Tacul. De route staat bekend om zijn steenslaggevaar als er droge condities zijn. Bij ons zagen de omstandigheden er uit zoals op de foto (augustus 2021, na een sneeuwrijk voorjaar).
Wij hebben de wand een dag vanuit de tent lang geanalyseerd en hebben uiteindelijk geen steenslag gezien. Het graniet bleek gelukkig volledig droog. De route was van hoge kwaliteit en we waren de enige touwgroep.
Halverwege de route kwamen we in mixed condities terecht, maar we waren hier goed op voorbereid doordat we D-schoenen, stijgijzers en pickel hadden meegenomen.

Het bleek een heel goede keuze om de route in deze condities te beklimmen, want de sneeuw bovenin de route was opgevroren en daardoor eenvoudig te klimmen. Ook was er de hele dag geen steenslag geweest. Ons beslisproces had dus goed gewerkt. Ik vermoed dat in veel warme zomers de route tegenwoordig te gevaarlijk is om te klimmen. Onder de sneeuw ligt namelijk veel losse rots die naar beneden kan vallen.

Materiaal

Over materiaalkeuzes valt natuurlijk enorm veel te zeggen, maar ik zal me proberen te beperken tot een paar hoofdzaken.

Probeer het evenwicht tussen lichtgewicht en veiligheid te vinden. Light is right? Ja….maar alleen tot op zekere hoogte. De juiste materiaalkeuze is vooral een goed afgewogen balans tussen gewicht en veiligheid. Te veel gewicht kan de beklimming erg vertragen. Maar in een noodgeval kan een gebrek aan een uitrusting juist heel gevaarlijk zijn. In veel gevallen is het mijn inziens toch beter om altijd aan de iets voorzichtige kant in te zetten. Marge of redundantie (een back up voor een probleem) is belangrijk bij dit soort ondernemingen. Pas als je veel ervaring hebt opgedaan, kan je bewust kiezen om bepaalde items weg te laten.

Ook is het verstandig om na afloop van een tocht na te denken welke items achteraf gezien echt overbodig waren. Natuurlijk is het onvermijdelijk dat je items meeneemt die je tijdens de hele tocht niet nodig hebt (zoals een ehbo-kit). Met de juiste hoeveelheid kleding, eten en drinken kan je soms wel een hoop gewicht besparen.

Investeer in lichtgewicht spullen. Voor alpiene rotsroutes moet je een hoop uitrusting meenemen, vooral als je een bivak moet maken. Uiteindelijk zorg ik dat elk item dat ik meeneem zo licht mogelijk is. 1 los lichtgewicht item doet niet zoveel, maar bij elkaar opgeteld kan je hiermee meerdere kilo's besparen.

Ik geef hieronder tips waar ik gewicht mee bespaar:

  • Trailrun schoenen
  • Lichte cschoenen zoals de Scarpa Ribelle S of Scarpa Ribelle light 3.0
  • Lichtgewicht stijgijzers, deels of volledig van aluminium.
  • Lichte pickel zoals een Petzl Gully
  • Een lichte rugzak zoals een Black Diamond Blitz 28l (500gram) of een Mountain Equipment Tupilak 45l (900 gram).
  • Ultralight cams
  • Een licht en dun touw (enkeltouw of dubbeltouw)
  • Een regenjas van 200 gram
  • Donsjas of synthetische jas van 300 gram.

Spot de lichtgewicht items: Lichte Scarpa C-schoenen voor de sneeuw, een Petzl Gully, Black Diamond Ultralight cams, een licht 9.0mm touw, een 6mm rapline etc.

Wat kan verstandig zijn extra mee te nemen?

  • Extra cams. Als de route technisch uitdagend is, kies ik er vaak voor om een paar extra cams mee te nemen. 3 of 4 stuks erbij kan je helpen om de crux beter af te zekeren of om een onvoorziene standplaats zeker te bouwen. Extra cams kunnen bij lopende zekering ook ervoor zorgen dat je lange stukken kan doorklimmen zonder te hoeven wisselen van voorklimmer. Nuts zijn meer tijdrovend om te plaatsen en bovendien ook lastiger om weg te halen voor de naklimmer. Uiteraard is dit ook een persoonlijke keuze.
  • Extra setjes: een paar setjes erbij kan soms erg prettig werken, vooral als je lange stukken aan lopende zekering klimt. Ik neem over het algemeen een selectie mee van 1012 setjes die bestaat uit normale setjes en verlengde setjes van 60cm en 120 slinges. 120cm setjes draag ik met 1 of 2 snappers rondom mijn lijf en zijn over het algemeen veel effectiever dan 60cm slinges in het voorkomen van touwwrijving in minder steil terrein.
  • Bothy Bag: de laatste jaren neem ik een Rab Bothy Bag mee voor ongeplande situaties zoals een bivak of een felle regenbui. Dit is een soort lichtgewicht beschermingshoes die je over je hoofd trekt, waar je met zijn tweeën in gaat zitten. Je blijft hierin veel warmer dan in de buitenlucht en je kan ook droog blijven tijdens een regenbui. Ik vind een Bothy Bag in veel gevallen prettiger dan een bivakzak. Ik heb zelf de twee persoons en de zwaardere vierpersoons versie. De twee persoons versie is erg krap voor twee personen en twee rugzakken. Wanneer je voorziet dat je met zijn tweeën mogelijk meerdere uren moet wachten, kan de vierpersoons versie de betere optie zijn.
  • Een lichte ehbo kit per twee personen mag niet ontbreken.
  • Een opgeladen telefoon, eventueel aangevuld met een lichte powerbank. Wanneer je voorziet dat je geen bereik gaat hebben is een Garmin Inreach een verstandige keuze. Dit is een klein apparaatje waarmee je berichten kan sturen en de reddingsdiensten kan inschakelen.
  • Een dubbeltouw waarmee je kan abseilen. Of een enkeltouw plus rapline.
  • Vergeet je hoofdlamp niet.
Menno met een lichte donsjas en lichte Petzl Gully pickel.
We gebruikten de Bothy Bag op expeditie in India om een uur te wachten totdat de zon op kwam. We zaten met drie personen in een vier persoons Bothy Bag. Je blijft hier echt relatief warm mee. Een Bothy Bag functioneert ook goed om in de Alpen een regenbui uit te zitten of om een noodbivak in door te brengen.

Klimschoenen

De keuze voor een goede klimschoen kan erg bepalend zijn tijdens een lange route. 20 of 30 touwlengtes in de zon klimmen kan namelijk echt een lijdensweg worden als je te kleine schoenen draagt.

Een schoen met een stijve zool is een aanrader voor echt lange, alpiene routes. Dit type schoen klimt ook goed als de schoen iets groter aanvoelt. Je kan je tenen door de stijve zool wat meer recht houden en je voetspieren hoeven minder hard te werken om op een trede te staan. Een bijkomend voordeel is dat je dit type schoen minder vaak hoeft uit te trekken. Een stijve zool werkt bovendien ook goed in cracks. Het nadeel is wel dat je wat minder gevoel hebt. Dit vind ik persoonlijk lastig een technisch moeilijke plaat zonder duidelijke treden. In een moeilijke plaatroute vind ik een iets zachtere en strakkere schoen voordeel bieden omdat je meer gevoel hebt. Ik neem in dit geval een wat strakkere en niet-gekromde klittenband schoen mee die snel aan en uit te trekken is. Een gekromde schoen gaat namelijk sneller pijn doen als de zon schijnt, vooral als deze strak zit bij de hiel.

In het ideale scenario hoeven je schoenen niet per se uit na elke lengte, maar heb je toch het gevoel dat je optimaal kan staan op kleine treden. Zorg dat je tenen niet overdreven gekromd zitten, maar dat je ook geen lege ruimte in de schoen overhoudt. Het kan best een zoektocht zijn om de geschikte schoen te vinden waarmee je de hele dag uitdagend kan klimmen.

Laat je klimschoenen niet vallen als je ze uittrekt en doe eventueel koordjes om je enkels en klimschoenen. Ik test de schoenen voor een lange alpiene route van tevoren in een sportklimgebied. Vooral als er een harde crux in de route zit is dit een aanrader.

Laura klimt de 400m lange route Bambino (7a) in de Verdon op Scarpa Generator Mids, een speciale multipitch- en spleetklimschoen waar je tenen recht in kunnen zitten.

Fase 2: Snel en efficiënt zijn in de klimroute

In een lange route is snelheid en efficiëntie belangrijk. Ik behandel hieronder een aantal onderwerpen die hier een rol spelen:

  • Standplaats wissel
  • Klimtempo, klimtechniek en klimniveau
  • Oriënteren
  • Mentaliteit
  • Lopende zekering
  • Verzorging
  • Afdalen
  • Bivakkeren of niet

Standplaatswissel

Probeer de tijd die je met zijn tweeën op de standplaats doorbrengt zo kort mogelijk te houden. Hier wat tips:

  • Wen een vast systeem aan.
  • Probeer bijvoorbeeld eten en topolezen zoveel mogelijk tijdens het zekeren te doen.
  • De voorklimmer kan het materiaal alvast verzamelen en ophangen aan een slinge, zodat de volgende voorklimmer dit meteen kan aanpakken.
  • Oriënteer je tijdens het zekeren op het routeverloop boven je.
  • Verbeter de standplaats met snelle en goede backups.

Een standplaats op de Campanile Basso. Links zit er een grijze cam van mij in de rots. Door de geknoopte touwtjes is er geen ruimte meer voor een eigen slinge plus karabiners in de mephaken. Ik heb daarom de grijze cam als backup geplaatst.

Klimtempo, klimtechniek en klimniveau

Een snelle standplaatswissel is belangrijk, maar de meeste tijd win je door simpelweg snel en stabiel te klimmen. Mijn tips hiervoor:

  • Een goed onsight sportklimniveau helpt enorm als je op een dag veel touwlengtes achter moet klimmen. 6c onsight in een single pitch gebied is geen overbodige luxe als je twintig touwlengtes met meerdere 6a’s wilt voor klimmen.
  • Oefen met de klimstijl die je in klassieke routes tegen komt: hoeken, spleten en schoorstenen. In hoeken moet je veel afduwen naar beneden. Met afduwen heb je ook minder kans dat een rotsblok los komt dan met trekken aan greep.
  • Beoordeel of de rots vast zit en test twijfelachtige grepen door er op te kloppen. Wanneer de greep los zit, klinkt deze hol.
  • Probeer in lengtes die ruim beneden je klimniveau liggen echt vaart te maken.
  • Probeer cruxlengtes energiezuinig en veilig door te komen. Klim met je voeten/benen en sleur zo min mogelijk aan je armen. Klim van trede naar trede. Geef de naklimmer eventueel wat extra touwsteun en de zwaardere rugzak. Of hijs de rugzak na. Het belangrijkste is dat de voorklimmer altijd door de lengte heen kan komen.
  • Vrijklijmmen is mooi, maar niet heilig. Oefen hoe je effectief kan aid klimmen. Hoe werkt dit in het kort:? In spleet routes kan je bijvoorbeeld je Petzl Adjust in de ring van een cam hangen. Daardoor staat je touw niet op spanning. Je kan vanuit deze positie zo hoog mogelijk een volgende cam plaatsen en je klipt je touw hierbij. Je vraagt een blok op het touw, haalt je Adjust los en blokt zo hoog mogelijk op. Daarna hang je de adjust in de bovenste cam in. Dit proces herhaal je totdat je weer kan vrijklijmmen.
  • Lees ook mijn aankomende artikel over lopende zekering.
  • Vermijd touwwrijving. Dit doe je door tussen zekeringen te verlengen. Wanneer je een hoek omgaat is een 120cm slinge vaak de beste verlenging. Maak ook op tijd stand zodra je voelt dat de touwwrijving begint toe te nemen.

Gradaties in topo’s zeggen niet alles. De integrale noordwest graat van de Blatiere is volgens de topo maximaal een 5b (900m), maar bleek in de praktijk een wilde, weinig geklommen route van 900m met veel losse rots, lastige oriëntatie en een crux met een spleet die zeker zesdegraads was (zie foto).

Veel klassieke routes lopen door scheuren en versnijdingen. Vaak zijn ze hard gewaardeerd, zoals ook deze foto in de Ferhman versnijding (V-) op de Campenilo Basso. Het is aan te raden om deze klimstijl goed te oefenen in korte voorbereidingsroutes.

Oriëntatie

Mijn tips voor goed route zoeken zijn:

  • Bestudeer de route zorgvuldig van te voren. Ik zoek altijd naar blogs en tocht verslagen op internet.
  • Zorg voor meerdere topos en bronnen. Soms kan je een gps track voor de aanloop vinden.
  • Ik geef voor lange en lastig te vinden routes vaak de voorkeur aan een topo op papier ten opzichte van een topo op mijn telefoon. Ik vind dit veel makkelijker te bestuderen tijdens het zekeren. Je hebt zo ook geen problemen met te fel zonlicht en of het gevoel dat je de telefoon kan laten vallen. Wel is het meer moeite om een printje te maken. Ik zorg ervoor dat beide klimmers een printje hebben.
  • Download de topo’s offline als je een telefoon gebruikt. Je hebt ook lichtgewicht telefoonhouders waardoor je je telefoon niet kan laten vallen.
  • In klassieke routes met weinig haken moet je vaak op gevoel je weg zoeken. Je kan jezelf de vraag stellen wat de meest logische en zwakke lijn door de rots is. Wat zou de eerste klimmer hebben gedaan? Vaak is een spleet, hoek of schoorsteen de logische weg omdat hier zekeringen in geplaatst kunnen worden. Een piton/mephaak betekent trouwens niet altijd dat je goed op de route zit. Soms kan de piton door iemand geslagen zijn die juist verkeerd was geklommen en weer moest afdalen.
  • Een standplaats zit vaak op een bandje waar je enigszins comfortabel kan staan. Probeer van onder af te zien waar je de standplaats verwacht en klim daar naar toe. Voorkom dat je zelf te vroeg of te laat een standplaats op cams moet bouwen terwijl er ook haken in de buurt zitten.

In de Peuterey Integrale op de Mont Blanc zit veel derde- en vierdegraads rots waar je zelf de makkelijkste lijn moet kiezen.

Mentaliteit

Een grote route klimmen is ook op mentaal vlak behoorlijk intensief. Ik merk zelf dat ik gespannen kan zijn vanwege de risico’s, het tijdsverloop of vanwege onzekerheid over het routeverloop. Een lange alpiene route is simpelweg niet altijd genieten en het plezier komt vaak eerder achteraf dan tijdens. Er zijn verschillende niveaus van mentale spanning en het is belangrijk om bewust te blijven van je eigen staat. Positief blijven en oplossingsgericht nadenken is wat je moet nastreven. Vergeet niet te communiceren met je partner over hoe het gaat. Veel mensen gaan in hun eigen wereld zitten als ze moe worden. Probeer een persoonlijke strategie te ontdekken die jou mentale rust geeft. Ik haal veel houvast uit het idee dat ik de route goed heb voorbereid en ik hou me ook vast aan het idee dat het afzien weer voorbij gaat.

Belangrijk is dat je tijdens een lange tocht continu vooruit denkt over de volgende stappen die jij en je partner moeten zetten. Niets te doen hebben is geen optie. Natuurlijk zijn er prioriteiten en minder belangrijke dingen. Maar elk moment moet gevuld worden met iets nuttigs, al is het maar met een reepje eten of de topo lezen. Pas op de top kan je de concentratie eventjes tijdelijk loslaten. Daarna wacht de afdaling weer.

Een lastige 6+ schoorsteen in de Pilastro op de Tofano di Rozes zuidwand.
Hoog op de Marmolada zuidwand in de route Don Quichote (800m, 6a). In deze lange route moet je efficiënt zijn om op tijd boven te zijn.

Verzorging

Wie snel wilt klimmen en het de hele dag wilt volhouden, moet goed voor zichzelf zorgen. Dit zijn aandachtspunten:

  • Drink zoveel als je kan, maar sleep niet onnodig veel mee. Voor mij geldt dat ik 1 a 2 liter water per alpiene tocht met me mee draag. Ik probeer bij te vullen uit de rivier en stop isotabletten bij mijn drinken (dit scheelt veel in de mineralenbalans en in je dorstgevoel). Drink veel in de hut of in het bivak. Probeer zo min mogelijk te zweten en trek op tijd een laagje uit. Ik geef de voorkeur aan drinkflessen boven drinkzakken. Flessen zijn minder gevoelig voor lekkages en je ziet beter hoeveel water je nog over hebt.
  • Een reepje eten per 1 a 2 uur is een goed uitgangspunt. Ik stop vaak een paar reepjes in mijn borstzak zodat ik ook tijdens het zekeren kan eten. Voor grote routes investeer ik in duurder sport voedsel zoals Clif blocs en gelletjes.
  • Vergeet je niet in te smeren met zonnebrand en lippenbalsem.
  • Je rugzak even ophangen op de standplaats scheelt veel energie.
  • Trek op tijd warme kleding aan als je het koud hebt Omgekeerd is het ook belangrijk laagjes uit te trekken zodra je gaat zweten. Door overmatig te zweten kan je veel vocht verliezen.
  • Het is belangrijk om de discipline op te kunnen brengen om goed te eten en te drinken. Uiteindelijk wordt de klimtocht vaak leuker en ook veiliger als je goed gegeten en gedronken hebt.

Eindelijk weer kunnen drinken na twee dagen klimmen op de Scheidegg Wetterhorn. Bas smelt sneeuw in de brander (links).

Bivakkeren of niet

Een bivak kan soms noodzakelijk zijn om een lange route te kunnen voltooien. Aan de andere kant kan een bivak ook een bewuste keuze zijn om iets gemoedelijker tempo door de route heen te komen en te genieten van een open nacht in de bergen. Wel brengt een bivak altijd extra gewicht met zich mee.

Hier mijn tips:

  • Wel of geen bivak plannen is een strategische keuze. Snel en lichtgewicht klimmen kan je ervaring aanzienlijk leuker maken, maar de marges zijn klein als je toch langzamer bent dan gedacht. Als je kiest voor een strategie zonder bivak, is het goed om nagedacht te hebben over materiaal waarmee je de nacht kan overleven (Bothy bag of reddingsdeken).
  • Verdiep je in waar de goede bivakplekken zitten in de route.
  • De aanwezigheid van sneeuw kan soms erg gunstig zijn. Hierdoor kan je sneeuw smelten en extra drinken. Sommige routes kan je daarom beter wat vroeger in het seizoen doen. Smelt alle sneeuw al voordat je gaat slapen zodat je in de ochtend zo snel mogelijk op pad kan. Een extra fles kan soms handig zijn.
  • Naast vriesdroog voedsel uit een zakje neem ik vaak gedroogde soep mee. Dit is licht en vult je vocht en zout voorraad weer aan.
  • Let op dat je matje niet lek gaat of neem een schuimmat mee. Je kan je touw ook onder je matje uitleggen voor wat extra isolatie. Ik lig meestal niet in bivakzak vanwege de condensering. In de zomer is een slaapzak van 600800 gram voor veel routes voldoende. Je kan altijd extra kleding aantrekken.
  • Kies indien mogelijk een plek die beschut is voor de wind. Leg de kookspullen bij je hoofdeinde zodat je in de ochtend vanuit je warme slaapzak de brander kan aansteken.
  • Maak wat foto's van je bivakplek, want het is vaak een bijzondere herinnering.

Tijdens de beklimming van de Dru noordwand moesten Danny en ik twee keer bivakkeren. Dit was de eerste bivakplek. Ik ben hier de hele nacht via het touw gezekerd gebleven. Foto: Danny Schoch.

En dit was na de tweede nacht in de ochtend. Foto: Danny Schoch.

Afdalen

De ene afdaling loopt via een eenvoudig wandelpad, de andere loopt via een ingewikkelde abseilpiste of een alpiene route. Zorg dat je altijd voldoende energie overhoudt om de afdaling veilig en geconcentreerd te voltooien. Wil je meer weten over hoe je efficiënt kan abseilen? Lees dan dit artikel door uit het kenniscentrum.

In dit steile puinterrein mag je niet vallen. Danny daalt af van de Scheidegg Wetterhorn. Onder hem ligt Grindelwald.
De abseilafdaling van de Crozzon di Brenta heeft geboorde standplaatsen maar is allesbehalve makkelijk: het duurt lang, er is losse rots en de standplaatsen zijn moeilijk te vinden.

Fase 3: De evaluerende fase

Na een lange route is het een kwestie van bijkomen, nagenieten en evalueren. Neem ruim de tijd voor je herstel, zowel op fysiek als mentaal vlak. Sommige klimmers kunnen niet stil zitten en gaan te snel weer door naar een volgend avontuur. Soms zelfs weken achter elkaar. Laat daarom de spanning van de tocht van je afglijden en voorkom een motivatie burn-out of fysieke overmoeiheid. Te moe aan een volgende tocht beginnen kan zelfs onveiligheid met zich meebrengen. Laat je ook niet gek maken door het goede weer dat zich doorzet of door een klimpartner die alweer staat te springen staat voor een volgende tocht. Een paar dagen sportklimmen, het zwembad bezoeken of boeken lezen is ook helemaal prima.

Natuurlijk is het waardevol om na te genieten van je avontuur in de bergen. Maar het blijft ook belangrijk om de tocht positief kritisch te evalueren. Een aantal vragen waar je aan kan denken:

  • Wat ging er goed?
  • Wat kon er beter?
  • Hoe zou je het de volgende keer aanpakken?
  • In hoeverre kwam het uiteindelijke verloop overeen met onze verwachtingen?
  • Hoe beoordeel je de risicoinschattingen?
  • Hoe waren onze materiaalkeuzes?
  • Hoe was ons tijdmanagement?
  • Etc.

Conclusie

Hopelijk heb je iets aan dit artikel! De laatste woorden die ik wil meegeven aan ambitieuze klimmers is dat je echt geduld moet hebben met het klimmen van lange routes. Bouw rustig je ervaring op, draai op tijd om als het niet goed voelt en ga alleen op pad als echt alles klopt. De bergen lopen niet weg en de beklimming van je dromen volgt op een dag vanzelf, als je maar de juiste omstandigheden afwacht. Ik wens je veel avontuur en plezier toe in de bergen.

Terug naar overzicht