MENU

Levensduur bergsportmateriaal

Modern klim- en bergsportmateriaal is betrouwbaar maar niet onverslijtbaar. Op een gegeven moment moet je een touw, gordel of helm vervangen. Waar moet je zoal op letten?

Levensduur klimuitrusting

Moderne klimuitrusting is veilig en betrouwbaar. Op een gegeven moment kom je als gebruiker echter voor de vraag te staan of een bepaald uitrustingsstuk nog wel veilig is om te blijven gebruiken. Het is niet makkelijk daar een simpel antwoord op te geven. Slijtage en veroudering zijn namelijk voor een groot deel afhankelijk van hoe en hoe vaak je materiaal gebruikt. Slechts één ding is zeker, alles verslijt en niets heeft het eeuwige leven. We zullen je hier uitleggen wat de indicatoren zijn waar je als klimmer of bergsporter op moet letten bij hardware (karabiners, zekeringsapparaten, etc.) en software (gordels, touwen, bandlussen, etc.).

Normen

Klim- en bergsportuitrusting die als doel heeft je leven te beschermen (touwen, helmen, setjes, etc.) mag in de Europese Economische Ruimte (EER) alleen verkocht worden als het aan Europese regels voor persoonlijke beschermingsmiddelen (afgekort PBM, PSA in het Duits en PPE in het Engels) voldoet. Er zijn drie categorieën van PBM. Categorie 1 is voor producten die ons lichaam beschermen, maar niet tegen levensbedreigende zaken. Zonnebrillen, wegwerphandschoenen en regenpakken zijn een voorbeeld van categorie 1 producten. Voorbeelden van PBM’s uit categorie 2 zijn snijbestendige veiligheidshandschoenen, veiligheidsbrillen en veiligheidshelmen. Klim- en bergsportuitrusting die bedoeld is om ons tegen vallen te beschermen valt in categorie 3, de strengste categorie qua veiligheid.

EN normen van categorie 3 PBM schrijven onder meer voor waar een product aan moet voldoen qua sterkte en gebruiksveiligheid. Bijvoorbeeld door te beschrijven dat de fabrikant een gebruiksaanwijzing bij het product levert waarin op het juiste gebruik wordt gewezen en waarin een indicatie staat van de maximale levensduur. Ook moet ieder product een label met code/identificatie hebben zodat het product traceerbaar is en de gebruiker kan zien hoe oud het is. Er bestaan ook UIAA normen. Deze stammen in de basis nog uit de tijd van voor de EN normen. UIAA normen zijn niet verplicht en zijn soms iets strenger dan EN normen.

Het CE-teken op een product is een conformiteitsverklaring (Conformité Européenne), die aangeeft dat de fabrikant voldoet aan de Europese Normen (EN) die voor het specifieke uitrustingsstuk gelden. De fabrikant van PBM die onder categorie 3 valt moet deze conformiteitsverklaring laten uitvoeren door een onafhankelijk keuringsinstituut.

Wie wil beoordelen of een specifiek uitrustingsstuk op een tijdstip X na aankoop nog steeds veilig is, heeft echter onvoldoende aan het checken van het label. De door de fabrikant opgegeven maximale levensduur zegt logischerwijs niets over slijtage door gebruik. Het is slechts een verklaring dat de materiaaleigenschappen gedurende een bepaalde periode minimaal aan de eisen uit de norm voldoen. De fabrikant is gedurende die tijd aansprakelijk voor falen van het uitrustingsstuk als gevolg van normatief juist gebruik. De fabrikant moet binnen de door de norm voorgeschreven minimale levensduur ook terugroepacties initiëren als daar aanleiding voor is.

De snelheid waarmee slijtage optreedt hangt van zo veel factoren af dat ze niet door de fabrikant te voorspellen is. De ene gebruiker zal zijn of haar materiaal maar een paar keer per jaar gebruiken terwijl de ander er misschien wel dagelijks mee in de weer is onder zware omstandigheden. Wanneer de minimale veiligheidsmarge door gebruik en slijtage overschreden is, zal door de gebruiker bepaald moeten worden. Dat kan in uitzonderlijke gevallen al na éénmalig gebruik het geval zijn!

35 jaar oud materiaal. De hamer is uiteraard nog prima, de cams zijn dat waarschijnlijk niet meer. Niet alleen vanwege de oude slinges maar ook omdat de veerspanning met de loop der tijd afneemt en staalkabels na intensief gebruik kapot kunnen gaan.

Persoonlijk versus professioneel

De hobbymatige klim- of bergsporter moet zelf beoordelen hoe lang materiaal nog mee kan. De door de fabrikant aangegeven maximale levensduur is daarbij een belangrijke richtlijn. Controleer regelmatig de (vaak door de fabrikant gespecificeerde) kritieke slijtagepunten. Met behulp van gezond boerenverstand kun je vervolgens beoordelen of een specifiek uitrustingsstuk nog mee kan of niet.

Wie echter op commerciële basis als bedrijf, of in verenigingsverband klim- en bergsportuitrusting beheert en uitleent/verhuurt heeft logischerwijs een grotere zorgplicht. Je moet je dan strikt aan zich aan de door de fabrikant opgegeven maximale levensduur houden. Als (semi) professional die aan materiaalbeheer in de klim- of bergsport doet hoort op de hoogte te zijn van de vereisten van een PSA-check en moet deze uit kunnen voeren of weten waar deze check uitgevoerd kan worden. Onlosmakelijk daarmee verbonden zijn visuele en haptische controles van slijtagegevoelige delen in het uitleenprocedé alsmede controles volgens een van te voren vastgesteld tijdsschema. Welke punten bij dergelijke controles wanneer gecheckt moeten worden hangt af van het specifieke product. Veel fabrikanten hebben hiervoor richtlijnen opgesteld en/of bieden trainingen aan.

In de kast

Terug naar de hobby-sporter. Wat doe je met je eigen materiaal als dat lang in de kast heeft gelegen en niet is gebruikt? Het advies om blind af te gaan op de levensduur zoals de fabrikant die opgeeft is te simpel. Ongebruikt gaat materiaal namelijk behoorlijk lang mee, het is immers het gebruik dat leidt tot slijtage. Beter is daarom een genuanceerd advies om zelf goed na te denken of je materiaal nog gebruikt kan worden of niet. Dat is beter qua duurzaamheid en beter voor je portemonnee. Voor persoonlijk gebruik mag je een grotere marge aanhouden dan bij (semi-)commercieel gebruik. Overdrijf niet, want je eigen veiligheid en die van je tochtgenoten hangt van de kwaliteit van je materiaal.



Hardware versus software: om een Grigri zo te verslijten als op de linker foto moet je het heel bont maken. Normaal gesproken kan een exemplaar zonder problemen 20 jaar intensief gebruikt worden. Een gordel kan er na twee jaar fanatiek klimmen echter al snel zo uitzien als het exemplaar op de rechter foto. Bron Bergauf 5-2013.

Karabiners en zekeringsapparaten

In het verleden werd metalen hardware niet voorzien van een aanduiding van maximale levensduur. Tegenwoordig is dat steeds vaker wel het geval onder meer vooral als er sprake is van kunststof onderdelen of verslijtgevoelige onderdelen zoals veertjes of draaiende delen.

Karabiners

Karabiners hebben over het algemeen een lange levensduur. Behalve wanneer er een (vuil) touw onder spanning door loopt, bijvoorbeeld in een omlooppunt of bij het abseilen. In dat geval kan het vuil in het touw in no time een groef in de karabiner 'vreten'. Een op een dergelijke manier ingesleten karabiner is echter nog verrassend sterk. Je hoeft een karabiner pas te vervangen wanneer de radius van het omlooppunt van het touw kleiner is geworden dan de radius van een nieuwe karabiner.

Bij karabiners kan na langdurig gebruik de veer van de snapper stuk gaan. Zodra een karabiner niet meer goed sluit moet je deze wegdoen. Wanneer een karabiner niet goed sluit dan bedraagt de breeeksterkte slechts 25 à 40% van de normale waarde.

De bandlussen van setjes slijten over het algemeen sneller dan de karabiners. Verwissel de bandlus na maximaal 10 jaar en bij intensief gebruik eerder, en in iedere geval wanneer ze pluizig zijn geworden of zijn verkleurd.

Zekeringsapparaten

Zekeringsapparaten slijten nauwelijks bij normaal gebruik. Een uitzondering is wanneer er gezekerd of abgeseild wordt met een erg vuil touw. Dit kan slijtage aan de omlooppunten van het touw veroorzaken. In het geval van tubers kunnen de kanten van de sleuven waar het touw door gaat dan erg dun en scherp worden. Vervang het apparaat dan door een nieuwe.

Cams en nuts

Cams en nuts verslijten bij normaal gebruik langzaam maar gestaag. De randjes slijten er letterlijk langzaam maar zeker van af. En een val in een verkeerd of ongelukkig geplaatste cam of nut kan deze in één klap beschadigen of zelfs onherstelbaar kapot maken. Bij het verwijderen van de cam of nut zal je een dergelijke schade waarschijnlijk direct opvallen. In dat geval: weg er mee.

Maar wist je ook dat de flexibele staalkabel van cams en nuts ook niet onverwoestbaar is, maar langzaam met de het gebruik zwakker en zwakker wordt? Flexibele staalkabels van cams kunnen heel plotseling compleet doormidden breken, vaak op het punt waar de staalkabel in de las/krimpverbinding verdwijnt. Wat hier speelt is dat staal maar beperkt flexibel is. Als een staalbakel keer op keer tot net over de rand van de flexibiliteit belast is, én dat beide kanten op, dan is de 'rek' er op een gegeven moment letterlijk uit. Vergelijk he met een paperclip. Die is flexibel, mits niet te ver open gebogen. Buig je de paperclip op het zelfde punt in een korte radius (buighoek) heen en weer, over de maximale flexibiliteit heen, dan voel je dat het staal op een gegeven moment ineens star wordt waarna het plots breekt. Dit kan ook met de staalkabel in cams gebeuren. En voor de staalkabel van nuts geldt hetzelfde verslijtprincipe. Vervang nuts of cams daarom altijd als één van de filamenten van de staalkabel is gebroken, zeker als dit direct tegen een soldeerlas of krimpverbinding aan zit.

Heb je ultralichtgewicht cams met een HDPE 'kabel'? Hou er dan rekening mee dat deze over het algemeen minder lang mee gaan dan cams met een staalkabel. Ook hier geldt dat het knikpunt in de 'steel' van de cam, en dat is meestal daat waar de steel overgaat in de 'kop' het punt is waar de vezels van de HDPE kabel breken en/of elkaar doorschuren. Een minder lange levensduur is nu eenmaal de prijs die komt met ultralicht gewicht. Natuurwetten zijn onontkoombaar.

Stop ook met het gebruik van cams als de bewegende delen niet meer goed hun werk kunnen doen. Het klemprincipe van cams functioneert bij de gratie van soepel bewegende delen. De slinges van cams hebben ook niet het eeuwige leven (hieronder daarover meer). Ze moeten wanneer ze pluizig zijn vervangen worden. In de EU is het lastig om dat bij de fabrikanten te laten doen. Die kunnen in verband met wet- en regelgeving geen half versleten producten repareren. Goedbedoelde wet- en regelgeving ter bescherming van de consument staat daardoor duurheidheid in de weg. De trigger wires van cams tot slot gaan vrij makkelijk kapot. Het is geen onderdeel met een dragende functie en je kan ze gelukkig vrij makkelijk zelf repareren.

Singes van cams

Wanneer moet je de slinges van cams vervangen? Black Diamond geeft daarvoor op haar website de volgende richtlijn:

“General guidelines for replacing slings on cams are as follows:

  • With occasional use: slings should be replaced every 5-8 years
  • With frequent use: slings should be replaced 2-5 years.

Of course, these are just guidelines. A brand new cam sling could get dusted after one pitch if the sling ran over a razorblade granite edge and got sawed back and forth while jugging or something… Remember it’s every individual climber’s responsibility to check their gear often, and when it doubt, throw it out.”

Een versleten slinge van een Black Diamond cam - vervangen of niet? Foto: www.blackdiamondequipment.com

Je kan de slinges van cams niet zelf vervangen. Het vereist professionele apparatuur en ditto ervaring om slinges te stikken. Helaas is het in Europa een stuk lastiger dan in de VS om de slinges van cams te laten vervangen. Er zijn namelijk maar weinig fabrikanten die deze service aanbieden. En als ze de service al aanbieden, dan alleen voor cams van eigen fabrikaat jonger dan 10 jaar. In het verleden kon je in een klein winkeltje in Sisteron, The Blue Light genaamd terecht om van alle cams de slinge te laten vervangen. Dat is al enige tijd niet meer mogelijk.

We kennen momenteel de volgende twee alternatieven:

Weighmyrack.com noemt een aantal bedrijven in de VS die slinges van cams vervangen en somt de fabrikanten op die slinges vervangen. Ook vertellen ze procedure om de slinges van cams van Totem en DMM, beide Europese fabrikanten, te laten vervangen. Voor de Amerikaanse fabrikanten en bedrijven geldt dat het problematisch en duur is om materiaal naar de VS op te sturen en weer terug te laten komen. In het geval van cams van Amerikaanse makelij is het daarom aan te raden om de reparaties uit te laten voeren tijdens een reis naar de VS. Of, beter nog, geef ze ruim voor je de cams weer nodig hebt mee aan iemand die die kant op reist en die ze ook weer voor je mee terug kan nemen.

Trigger wires vervangen

Een van de handigste opties om zelf je trigger wires tijdens een vakantie te repareren is met (vrij dunne) trimmerdraad van een bosmaaier. Je verwijdert daarvoor de kapotte trigger wire met een tangetje, knipt de trimmerdraad op maat en wurmt deze vervolgens op z'n plek. Met een aansteker bewekt je vervolgens nog de uiteinden van de trimmerdraad. Dit is een snelle en makkelijke manier om zonder al te veel gereedschap een cam te repareren. Wel moet je van te voren trimmerdraad van de juiste dikte kopen. Zorg dus dat er hier wat van in je reparatiekit zit.

Pickels, stijgijzers en ijsboren

Pickels kennen bij normaal gebruik een lang leven. Ijsbijlen hebben het zwaarder te verduren, met name de doorns als er mee wordt gedrytoold. Gebruik een drytooldoorn niet om mee te gaan ijsklimmen. De doorn kan door de hoge belasting bij het drytoolen ineens onverwacht breken. Levensgevaarlijk bij het ijsklimmen! Als de doorn van een pickel of ijsbijl stomp is geworden dan kan je deze bijslijpen. Doe dat met de hand zodat het materiaal niet te heet wordt en de materiaaleigenschappen niet aangetast worden. Een beetje vet op het ijzer na het winterseizoen voorkomt roest. Overigens kan een beetje oppervlakkige roest na een jaar in de kast niet veel kwaad.

Stijgijzers hebben het door de vele bewegingen tijdens het lopen en klimmen zwaar te verduren. Punten of het frame kunnen breken en de beugels die de verbinding met de schoen vormen kunnen verbuigen. Check daarom na iedere tocht of er scheurtjes in het materiaal zijn gekomen en of de stijgijzers nog wel goed op je schoenen aansluiten. Stompe punten kunnen (met de hand) bijgevijld worden tot ze weer scherp zijn. Zodra er scheuren in het frame of de punten zitten moet je de stijgijzers vervangen.

Hoe je stijgijzerpunten of doorns van ijsbijlen bijslijpt en wat verantwoorde slijtage is voordat je het materiaal moet vervangen kun je nalezen in de gebruiksaanwijzing van de fabrikant.

Helmen

Helmen hebben niet het eeuwige leven. Zeker moderne lichtgewicht helmen niet. Het kunststof van helmen is gevoelig voor veroudering door zonnestraling en warmte. Berg helmen niet in de volle zon op, en laat ze ook niet achter een autoruit in de volle zon liggen. Moderne ultralichtgewicht helmen van geëxpandeerd polystyreen (EPS/piepschuim) zijn bovendien kwetsbaar voor mechanische beschadiging bij het gebruik en het transport. Al bij relatief geringe zijdelingse druk kan het materiaal van de helm breken. Controleer je helm regelmatig op beschadigingen. Een breuk van het EPS is reden voor vervangingen, net zoals een beschadiging van de bevestiging van het draagsysteem. Kleine deuken in het materiaal kunnen geen kwaad. Inmiddels maken fabrikanten helmen van geëxpandeerd Polypropyleen (EPP). Dit materiaal is elastisch en minder gevoelig voor kleine deuken en krassen.

Vervang je helm ook altijd na het opvangen van een forse klap of val. Helmen die sterke verkleuring vertonen of vreemde plakken met een andere structuur of bulten als gevolg van het te warm worden moeten vervangen worden.

Gordels, touwen en bandmateriaal

Veroudering, falen en beschadigen van zogenaamde 'software' (polyamide band, slinge, touw e.d.) vindt hoofdzakelijk plaats via vier mechanismen: 1) visueel herkenbare fysieke slijtage (snijden, schuren, buigen), 2) UV-licht (ook visueel herkenbaar), veroudering van het materiaal en tot slot 4) het contact met bepaalde sterke zuren (onzichtbaar). De beide eerste twee mechanismen afhangen groetendeels af van de intensiteit waarmee de gebruiker met het materiaal omgaat.

Er is een groot verschil in de kwetsbaarheid van 'rond' materiaal zoals kernmanteltouwen in vergelijking met 'plat' materiaal zoals bandmateriaal (o.a. slinges, setjes, gordels). De mantel van 'rondmateriaal' beschermt de kern tegen schadelijke invloeden (zonlicht, warmte, vuil, scherpe voorwerpen, schuren). Bij bandmateriaal daarenetegen staat vrijwel het gehele materiaal aan schadelijke invloeden bloot. Hierdoor is bandmateriaal aanmerkelijk gevoeliger voor slijtage en veroudering dan rondmateriaal. Catastrofaal falen van software door slijtage komt in de praktijk vrijwel niet voor omdat gordels en touwen nieuw zo gedimensioneerd dat het erg lang duurt voordat de veroudering van het materiaal kritiek wordt. Slinges die flink gebruikt zijn en overduidelijke sporen van slijtage vertonen kunnen daarentegen wel degelijk breken. Hoewel gemaakt van een uiterst sterke vezel gaat dit ook op voor de ultra dunne (6 à 8 mm) Dyneema bandlussen. Dit soort bandlussen is an sich niet gevaarlijk, wel is hun inzetbereik en levensduur beperkt. Controleer ze daarom regelmatig vervangen ze tijdig.

Een levensduur van 10 jaar is voor een weinig gebruikte gordel en touw geen enkel probleem. Bij normaal gebruik is het voldoende om de kritieke door de fabrikant aangegeven verslijtpunten van gordels in de gaten te houden. Hou bij gordels vooral het punt waar de zekerlus aan de beenlussen vast zit in de gaten. Dit punt verslijt namelijk als eerste door de draaiende en schurende bewegingen van de lussen langs elkaar. Hou bij touwen de algemene staat van het touw in de gaten. Als het dik en pluizig is loopt het touw minder soepel door je zekeringsapparaat en is de rek er ook voor een groot deel uit. Die rek is belangrijk want ze zorgt voor een zachte val en lage belasting op tussenzekeringen. Sportklimtouwen verslijten het snelst aan de uiteinden. Klim niet altijd met hetzelfde einde voor, maar draai je touw regelmatig om. Wie start met een 80m lang touw, kan bij slijtage telkens een stuk van het touw afsnijden en het aldus ontstane touw nog lange tijd gebruiken in steeds kortere routes. Leg wel altijd een knoop in het uiteinde om missers door verwarring over de lengte te voorkomen!

Wanneer bandlussen wegdoen?

  • Als bandlussen sterk pluizig zijn.
  • Wanneer ze een beschadiging aan de zijkant hebben.
  • Bij smeltverbrandingen.
  • Bij sterke verkleuring/verbleeking.
  • Als stiksels beschadigd zijn.
  • Bij 6 à 8 mm 100% Dyneema slinges na maximaal 3 à 5 jaar regelamatig gebruik.

Wanneer touwen wegdoen?

  • Bij touwen moet je letten op mantelbeschadigingen (kern zichtbaar) en knikpunten waar de spanning uit het touw weg is.
  • Als het touw zo pluizig en dik is dat het niet meer goed door het zekeringsapparaat gaat.

Wanneer gordels wegdoen?

  • Als de bescherming rond het inbindpunt geheel doorgesleten is en de dragende lussen beginnen te verslijten.
  • Als dragende stiksels beschadigd zijn.
  • Bij sterke verkleuring/verbleeking van de dragende delen.
  • Als dragende bandlussen sterk pluizig zijn.

Voor alle polyamide (nylon) software geldt dat contact met accuzuur/zwavelzuur (en vergelijkbare zuren) funest is - ook het contact met de dampen van deze zuren! Het door zuur aangetast polyamide wordt bros en kan met de hand gebroken worden. Zulke beschadigingen vallen met het blote oog amper op. Berg je klimspullen daarom altijd in een tas én gescheiden van accugereedschap en accu's op. Pas op met transport in auto's en opslag in garages.

Regelmatig controleren

De bottom line is dat je regelmatig je eigen uitrusting op beschadigingen en functionaliteit moet controleren. Het is je eigen verantwoordelijkheid om te bepalen of een bepaald uitrustingstuk nog langer gebruikt kan worden of niet. Aanwjizingen van fabrikanten over de maximale levensduur kun je daarbij als richtlijn gebruiken. Aarzel niet om een uitrustingsstuk te vervangen als het sterk versleten is of de werking niet meer goed is. Het is zowel voor jou als voor je klimmaatje van belang dat je op je of jullie uitrusting kan vertrouwen.

Materiaalbeheer en registratie

Veel regio’s en klimverenigingen van de NKBV hebben voor hun leden klimmateriaal in beheer om uit te lenen of om te gebruiken bij gezamenlijke verenigingsactiviteiten. Het gaat daarbij meestal om touwen, gordels en helmen, eventueel aangevuld met minder courant materiaal zoals setjes, cams en klettersteigsets. Het zijn allemaal materialen die geschaard kunnen worden onder de gezamenlijke noemer ‘persoonlijke beschermingsmiddelen’ (PBM). Hoe je als NKBV-vereniging met PBM-beheer om kan gaan is terug te lezen in een document dat op de bestuurderswebsite staat. NKBV biedt ook cursussen materiaalbeheer aan. De informatie daarover staat ook in het document over PBM-beheer op de bestuurderswebsite.

Meer lezen?