‘Omdraaien doen we samen’ - Zelfstandig klimmen na de C3-cursus

Als je een alpiene specialisatiecursus (C3) achter de rug hebt, kun je als gevorderde alpinist zelfstandig op pad. In de zomer van 2017 maakten Hilco en Guus samen meerdere hoogalpiene beklimmingen in de Walliser Alpen.

Op de voorgrond rijst een ruige, met sneeuw bedekte bergtop steil op, met op de achtergrond een bergketen en een wolkenlaag die zich onder een helderblauwe hemel over de horizon uitstrekt.

In Hoogtelijn 3/2018 vertelt Hilco Boerlage over de tochten die hij maakte met Guus van der Aa in het Zwitserse Wallis.

Wennen en acclimatiseren

Hilco en Guus ontmoeten elkaar voor het eerst op het station van Visp. “Eigenlijk weet ik helemaal niets van Guus. Vijf minuten geleden wist ik niet eens hoe hij eruit zag. Ik weet dat hij en ik vergelijkbare alpiene ervaring hebben, dat hij op 6c-niveau sportklimt en dat hij ook buiten multi-pitchervaring heeft. En ik weet dat hij zelfstandig alpiene tochten wil maken”, aldus Hilco.

De komende twee weken maken ze samen zo veel mogelijk tochten. “Althans, als we elkaar vertrouwen.” Daarom maken ze eerst gemakkelijkere tochten met veel rotsklimmen. Op deze manier krijgen ze meer vertrouwen in elkaars beheersing van touwtechnieken en kunnen ze acclimatiseren. En bekijken ze of ze een klik hebben. “Als deze er niet is, of als een van ons tweeën niet tevreden is met het niveau van de ander, zullen we besluiten om niet verder te gaan.”

Er staat iemand naast een felgroene tent op een grasveld, omringd door rotsen, met besneeuwde bergtoppen en een heldere hemel op de achtergrond.

Eerste tocht: Stellihorn

Als eerste tocht beklimt het duo de 3.410 m hoge Stellihorn, met bivak op 2.700 meter. Daarna volgen een aantal gemakkelijkere tochten. Tijdens deze beklimmingen komen de twee erachter dat de een beter klimt in rots en de ander op ijs. “Ik focus iets meer op efficiëntie en planning en Guus heeft een betere conditie.” Maar het belangrijkst: ze hebben een duidelijke klik.

Een bergbeklimmer staat triomfantelijk op een besneeuwde bergkam, met wijd uitgestrekte armen, een zonnebril op en uitgerust met bergbeklimmersuitrusting, inclusief touw en een ijsbijl. Op de achtergrond zijn besneeuwde bergtoppen en een blauwe lucht te zien. Een bergbeklimmer in blauwe uitrusting staat op een besneeuwde bergkam met klimuitrusting en houdt een ijsbijl vast. Op de achtergrond zijn besneeuwde bergtoppen en een stralend blauwe lucht te zien.

De eerste echt berg: de Rimpfischhorn

Dan beklimmen ze de Rimpfischhorn (4.199 m.) Volgens het gidsje een gradatie van PD+ met een duur van tien tot twaalf uur. De laatste 200 meter bestaat uit een 50 meter lang sneeuwcouloir en daarboven is het rotsklimmen tot de tweede graad. De tocht begint om half vier ’s ochtends vanuit de Britannia Hütte. Onderweg komen ze een gletsjergebied tegen met forse spleten.

Plannen kunnen veranderen

Het regent in het dal, waardoor ze besluiten om de Lenzspitze-Nadelhorn traverse te klimmen. Hoewel deze route gewaardeerd wordt als AD+, lijkt het erop dat de moeilijkheid vooral in de stukken rotsklimmen zit. “Tot nu toe hebben we gemerkt dat secties rotsklimmen ons redelijk makkelijk afgaan, dus we verwachten dat dit voor ons haalbaar is.” IJsbijlen blijven thuis en rotsgear gaat mee.

Een bergbeklimmer met een zonnebril en een blauwe jas poseert met opgeheven vuist op een besneeuwde bergtop, met op de achtergrond wolken en ruige bergketens. Een bergbeklimmer in een blauwe jas en een witte helm staat op een rotsachtige richel, met besneeuwde bergtoppen en wolken op de achtergrond.

Team

Hilco en Guus zijn gegroeid tot een soepel handelend touwteam. “We bespreken alle belangrijke beslissingen on the go. Ik klim de meeste pitches op rots voor, Guus loopt voorop tijdens de aanloop en in de sneeuw- en ijssecties. Ik meld ons aan in de hutten, Guus overtuigt na de tocht de restauranthouder op de camping om ons melk en eieren te verkopen voor pannenkoeken. Allebei voelen we ons 100 procent verantwoordelijk”, aldus Hilco.

Nog veel leren

Na een aantal weken onderbreking staan als afsluiter van het zomerseizoen nog twee weken in de Alpen op de agenda. Inmiddels is het eind augustus en is het weer wisselvalliger. Er valt vaker sneeuw die blijft liggen. De wind is kouder en de zon verwarmt minder. Ze starten de beklimming van de noordelijke westpilaar van de Alphubel. Een lange graatklim op gneiss. Te lang, want 100 meter voor de top draait het team om; de gletsjer voor de afdaling heeft te lang in de zon gelegen.

Berglandschap met besneeuwde toppen onder een helderblauwe hemel, met op de voorgrond een opvallende piramidevormige berg en een spoor van voetafdrukken in de sneeuw.

Omdraaien

Uiteindelijk beginnen Hilco en Guus nog twee tochten. Door omstandigheden kunnen ze deze helaas niet afmaken. Op de Schaligraat van de Weisshorn en de Zinalrothorn zijn de condities niet goed. Uiteindelijk nemen ze de normaalroute van de Weisshorn. Maar voor Hilco is 10.000 hoogtemeters in vijf dagen en een bijzonder slechte nacht de reden om niet verder te lopen. “Het zit erop. We gaan terug”, zegt Guus. “We klimmen als team en als we omdraaien, doen we dat altijd samen.”

AANBOD HOOGALPIENE BEKLIMMING Hoogtelijn 3/2018