MENU

Aanbevolen technieken sportklimmen

Zijn er door de NKBV aanbevolen methoden en technieken?

Regelmatig wordt de vraag gesteld 'Mag ik van de NKBV dit of moet ik van de NKBV dat'. Bijvoorbeeld of je 'van de NKBV' met een achtknoop of met een Bulin-knoop moet inbinden? En of je op de standplaats 'van de NKBV' met een tuberachtige of een HMS moet zekeren?

Aan moeten en verbieden doet de NKBV niet. We adviseren slechts. Dat doen we voornamelijk via het Kenniscentrum. Bij het klimmen en in het bijzonder bij het outdoor klimmen leiden vaak meerdere wegen naar Rome. Als NKBV proberen we op een algemene en moderne manier te adviseren in wat goede en betrouwbare methoden zijn. Vaak geven we daarom advies zonder er dwingend in te zijn. Jij kiest als zelfstandige klimmer immers zelf de methoden en technieken die bij jou passen. Improviseren en afwijken van de 'standaard' hoort daar bij.

Bij het binnenklimmen is het improviseren en zelf doen wat voor jou het best is al een stuk minder het geval. In een klimhal moet je je namelijk aan de huisregels houden. En in cursusverband liggen de zaken ook anders. De NKBV stelt daarbij wel degelijk normen, die verwoord zijn in de cursuscompetenties, een set solide en betrouwbare 'best practise' vaardigheden die aangeleerd moet worden als iemand een cursus voor het klimvaardigheidsbewijs volgt. Beginners moeten niet overvoert worden met een warboel aan technieken en methoden.

De klimcursussen

De lijst met competenties die de NKBV heeft opgesteld voor de klimcursussen die opleiden voor het klimvaardigheidsbewijs omschrijft de minimale een set competenties die bijgebracht moet worden. Soms moet dat op één wijze of met één techniek, maar soms kan de instructeur kiezen uit meerdere opties. Wanneer het gaat om essentiele technieken dan staan die expliciet vermeldt, zo niet dan staat alleen vermeldt dat een vaardigheid aangeleerd moet worden.

Een voorbeeld: met welk apparaat iemand zekert is ondergeschikt aan dat iemand goed en veilig zekert. Welke techniek het best past bij de specifieke situatie laten we over aan de instructeur en uiteraard ook aan jou als (toekomstig) zelfstandige klimmer om te bepalen.

EvI, AT en de historie

Welke plek is er hiermee nog voor de zogenaamde Eenheid van Instructie (EvI) en de Aanbevolen Technieken (AT)? In die documenten stond wat de instructeur in NKBV-verband bij cursussen moest aanleren. Het antwoord is simpel: beide documenten bestaan niet meer en de termen worden niet meer gebruikt. Maar waarom waren er ooit een EvI en een AT wat is de reden dat ze konden verdwijnen?:

Ongeveer halverwege jaren '90 introduceerde de NKBV de zogenaamde Eenheid van Instructie (EvI). Dit was een lijst met technieken die bij klimcursussen van de NKBV gebruikt moesten worden. Vanaf de introductie was er veel onduidelijkheid en discussie over de EvI. Directe aanleiding voor invoering van de EvI was de introductie van de kwalificatiestructuur sport van NOC*NSF binnen de NKBV en daaraan gekoppeld de nieuwe instructeurskwalificaties én de klimcursussen. Omdat de ontwikkeling van de cursusliteratuur door de NKBV relatief lang op zich liet wachten moest er een tijdelijk document komen. Dat was de EvI. Toen de cursusliteratuur voor de sportklimopleidingen in 2010 gereed was, is echter nagelaten afscheid te nemen van de EvI.

Bij de introductie van de EvI was onvoldoende toegelicht wat de doelstelling was ('helpen'), waardoor de EvI door veel instructeurs ontvangen werd als een verouderd NKBV dictaat zonder ruimte voor discussie. Veel instructeurs hadden het idee niet de ruimte te krijgen die ze zochten en dat schoot in het verkeerde keelgat. Aan de andere kant van het spectrum werden sommige instructeurs juist heel rigide in het toepassen van de EvI; wat niet in de EvI stond was 'fout' of ‘verboden’. De EvI was bovendien soms onduidelijk met onvoldoende duidelijkheid op het vlak van vaardigheden (leer de cursist aan om in te binden) en technieken (leer de cursist aan om in te binden met een teruggestoken achtknoop).

In 2011 werd de EvI herzien. Naast inhoudelijke wijzigingen werd ook de naam gewijzigd naar ‘Aanbevolen Technieken (AT)’. Deze naamswijziging had als doel om beter duidelijk te maken dat het om een set aanbevolen technieken ging en niet om verplichte technieken.

Zo stond er in de introductie van de AT het volgende:

“De ideale techniek die in alle omstandigheden, terreinen en situaties altijd het beste is bestaat niet. Dat betekent dat een klimmer een keuze moet maken uit de vele in omloop zijnde technieken en materialen. De NKBV wil met de AT Rots bereiken dat opleidingen op één en dezelfde wijze gegeven worden, waardoor een uniform uitstroomniveau van de opleidingen wordt bereikt. Beginnende klimmers hebben vaak moeite om in de wirwar van technieken de juiste te vinden. Met de Aanbevolen Technieken is die afweging en keuze door de NKBV gemaakt.

Voor gevorderde en zelfstandige klimmers zijn de AT minder van belang. Zij hebben immers voldoende kennis verzameld om zelf te kunnen beslissen welke techniek voor hen in een bepaalde situatie van belang is. Met name voor instructeurs is het van belang om boven de stof te staan. Veel aspecten van klimmen zijn situatie-afhankelijk, en kunnen en moeten daarom niet in een AT worden ondervangen.”

Geen 'officiële' AT meer

De EvI en opvolger AT waren ‘officiële’ door het NKBV-bestuur bekrachtigde stukken. De inhoud veranderde hierdoor niet met de verschuiving van materialen en inzichten door de jaren heen. De berichtgeving over materialen, technieken en vaardigheden van de NKBV in haar media (Hoogtelijn, website, Kenniscentrum en nieuwsbrief) stond daardoor soms gespannen voet met wat de AT omschreef. De cursus- en opleidingsliteratuur van de NKBV werd in de loop der jaren immers wél aan de actualiteit aangepast.

Het leidde tot de situatie waarin nieuwe inzichten en technieken wel op de website en in de cursusboekjes/toetsformulieren stonden, maar in de AT onveranderd bleven. Een onhoudbare situatie en tijd om het nut van de AT ter discussie te stellen. In de praktijk bleek dat vrijwel alle instructeurs de toetsformulieren, cursusboekjes en instructeurshandleidingen gebruikten als basis voor de klimcursussen die ze gaven. De AT werden bijna niet gebruikt.

In overleg met het bestuur is daarom in 2014 besloten om de AT geen officieel bestuursstuk meer te laten zijn. Maar hoe nu daarna verder? In feite niet anders dan zoals zojuist omschreven. De info over de benodigde vaardigheden die bij een klimcursus aangeleerd moeten worden staat in de competentiedocumenten, en de basistechnieken die je daarbij kunt gebruiken staan in de cursusliteratuur. Eventuele extra info vind je in het Kenniscentrum.

Het staat iedere instructeur grotendeels vrij om de klimcursussen die opleiden voor een klimvaardigheidsbewijs naar de eigen wensen en de capaciteiten van de cursisten vorm te geven. Welke technieken hierbij toegepast worden wordt aan het eigen oordeelkundig vermogen overgelaten. Mits het uitstroomniveau van de cursist op peil is, hij of zij de vereiste competenties beheerst én de cursus in een veilige setting wordt gegeven.

De NKBV sportklimcursussen

Er is in 2016 en 2017 gewerkt aan een herziening van de indoor en outdoor klimcursussen. Sinds 2017 kent de NKBV de volgende klimcursussen die opleiden voor een klimvaardigheidsbewijs:

  • Indoor Toprope
  • Indoor Voorklimmen
  • Outdoor voorklimmen
    • Single-pitch sportklimmen
    • Multi-pitch sportklimmen
    • Single-pitch Trad klimmen

De competenties en technieken die we aanraden voor deze cursussen kun je terugvinden via onderstaande link:

Is je iets onduidelijk? Mail ons: opleidingen@nkbv.nl.