MENU

Huttentocht: Ortler Höhenweg

De Ortler Höhenweg is een van de meest uitdagende langeafstandswandelingen in de Alpen. In zeven dagen maak je een ronde om markante bergtop, de Ortler, die met zijn 3905 m overal hoog bovenuit torent. De route loopt van de ene bergpas naar de andere en gaat zelfs een stukje over een gletsjer. Deze tocht is zeker niet voor beginners, maar als je de ervaring en het doorzettingsvermogen hebt, zul je een prachtige tocht door het Nationale Park Stelvio in Zuid-Tirol maken.

Tekst: Elmar Teegelbeckers. Foto's: Jochem de Jong

Feiten & cijfers

  • Lengte: 119 kilometer
  • Etappes: 7
  • Moeilijkheidsgraad: gevorderd
  • Hoogtemeters: 8126 meter
  • Begin- en eindpunt: Stelvio

Je kunt de Höhenweg beginnen op meerdere plekken, maar de meest logische zijn vanaf de Stelviopas of het dorpje Stilfs. Wij kiezen ervoor om op de Stelviopas te beginnen. Na een lange reisdag komen we aan bij de Tibet Hütte, aan de rand van de pasovergang. De Stelvio, voornamelijk bekend onder wielrenners en blijkbaar ook motorrijders, is een ware attractie. We banen ons een weg door de vele mensen die allemaal even een selfie op de beroemde bergpas willen nemen. We parkeren de auto achter de Tibet Hütte en checken in. Onze kamer kijkt uit op een van de vele gletsjers van de Ortler. We hebben echt zin om aan deze uitdagende tocht te beginnen.

Etappe 1

  • Rifugio Alpino Tibet Hütte (Stelviopas) – Stilfs
  • 19 km

De volgende morgen zetten we de eerste stappen op de route. Vanaf de pas gaat het pad kort maar steil omhoog naar Rifugio Garibaldi. De hut, die meer wegheeft van een middeleeuws kasteel dan een berghut, ligt net boven de Stelviopas. De hut is al een tijdje gesloten en vanaf hier lopen we zo het pad op. Het is een prachtige dag, de zon schijnt en we lopen langs een prachtige bergflank met uitzicht op de Ortler. Het is een fijn begin, we dalen vandaag vooral, naar het dorpje Stilfs, waar je dus ook met deze tocht kunt starten.

Etappe 2

  • Stilfs – Düsseldorfer Hütte
  • 17 km

Op de tweede dag maken we flink wat kilometers. We merken vandaag voor het eerst dat dit een pittige tocht gaat worden en stijgen maar liefst 1800 m. We zijn wel wat gewend, maar dit is ook voor ons gewoon de hele dag bikkelen. Toch is het puur genieten vandaag. Nadat we door de bossen tot boven de boomgrens zijn gestegen, lopen we over de mooiste wandelpaden waarvan de bergflanken begroeid zijn met alpenbloemen richting de Düsseldorf Hütte. Na bijna negen uur komen we na een pittige laatste klim aan bij de berghut, waar het koude cola’tje heerlijk smaakt en we uitgeteld op het terras ploffen.

Etappe 3

  • Düsseldorfer Hütte – Zufallhütte
  • 14 km

In de hut horen we van de huttenwaard dat de volgende etappe deels is afgesloten. Het pad is door de vele regen en sneeuw weggespoeld, en daardoor te gevaarlijk om overheen te lopen. We zijn blij met deze informatie; dit is nog maar eens een herinnering dat het altijd goed is om de huidige condities na te vragen. Samen maken we een plan voor dag drie, dat neerkomt op een lange afdaling naar het dal en dan weer omhoog. Opgelucht zien we dat er een kabelbaan is en dat dit ons heel veel uur stijgen en dalen scheelt. Na deze omleiding bevinden we ons weer op de oorspronkelijke route en lopen we richting de Zufallhütte. We zijn nog niet veel wandelaars tegengekomen, maar deze hut is een waar kruispunt voor wandelaars in de regio. We spreken wat Nederlanders die ook een huttentocht maken, en maken ons op voor een vroege ochtend.

Etappe 4 - Gletsjeroversteek

  • Zufallhütte – Rifugio Pizzini
  • 12 km

Op de vierde dag staat de meest uitdagende etappe van de Ortler Höhenweg op het programma. Vandaag steken we namelijk een gletsjer over; het is de enige van de trail en we bestuderen de kaart nog maar een keer. We hebben een berggids gehuurd voor de gletsjeroversteek, die we ontmoeten op de Eissee Pass. Het juiste materiaal is belangrijk voor een veilige oversteek, en nog belangrijker is dat je weet hoe je het gebruikt. De berggids heeft het allemaal bij zich: touw, pickel, klimgordel, karabiners en stijgijzers. Als we op de kaart kijken, lijkt het erop dat we de Eissee Pass helemaal niet kunnen bereiken, omdat de gletsjer zich daarvoor al bevindt. We bellen met de gids, die ons geruststelt en zegt dat de gletsjer op dat stuk al gesmolten is. We kijken nog eens op de kaart en die blijkt tien jaar oud te zijn. Zo snel kan het dus gaan.

We lopen richting de pas langs de morene, een soort dal waar ooit een grote gletsjer doorheen bewoog. Nu is het slechts gruis, en het pad slingert omhoog richting de bergpas. Het laatste stuk is een zeer steil stukje T5-pad. De gradatie van wandelpaden loopt van T1 (makkelijk) tot T6 (zeer technisch en uitdagend) waarbij T4-T6 technische alpiene paden zijn. Het is meer klimmen met handen en voeten en goed opletten, want het is steil en er ligt veel losliggend gruis. We zijn maar wat blij om berggids Olaf te ontmoeten op de pas.

We doen onze gletsjeruitrusting om en zetten onze eerste stappen op de gletsjer. Vanwege het warme weer is de sneeuw zacht, en doordat Olaf voor ons een spoor van diepe treden in de sneeuw maakt, is het vrij makkelijk voortbewegen. We lopen hier en daar wel over een steile bergflank, waardoor ik liever niet naar beneden kijk. Olaf spoort een pad richting de Casati-berghut, die op het hoogste punt boven de gletsjer staat. Dit was ooit een hotel voor ski-toerisme in de jaren '60, maar is totaal vervallen en we zien de scheuren in de muren. De hut is niet meer in gebruik en meer een overblijfsel uit de oude gloriedagen van de skiënde elite uit het verleden.

Bij de hut nemen we afscheid van Olaf. Hij gaat via de andere kant weer naar beneden, om een nieuwe groep te ontmoeten met wie hij morgen de Ortler beklimt. Wat een leven! Wij dalen af, over glibberige sneeuwvelden richting de Pizzini Hütte. Of eigenlijk moeten we Rifugio Pizzini zeggen: we zijn namelijk niet meer in Zuid-Tirol, maar in Lombardije en hier wordt Italiaans gesproken in plaats van Duits. De hut is wat oubolliger dan de andere hutten waar we zijn geweest en in de avond komt de familie van de huttenwaard een hapje mee-eten. De wijn vloeit rijkelijk en we genieten nog na van de gletsjeroversteek. Wat zijn de bergen toch machtig.

Etappe 5

  • Rifugio Pizzini – Sant’Antonio
  • 20 km

Het is alweer dag vijf als we flink wat kilometers door het Zebru-dal maken richting het dorpje Sant’Antonio. Het pad slingert op en neer langs steile bergflanken over een prachtig stenen pad. De paden zijn hier smal en de afgronden steil. Gelukkig is het pad niet technisch, maar je wilt hier absoluut geen misstap maken. We lopen richting de prachtige berghut Quinto, die op een stenen heuvel ligt met het mooiste uitzicht over de omringende bergen. Na een espresso – altijd goed in Italië – dalen we af. Eerst richting Rifugio Campo, waar je ook kunt overnachten, en dan naar het dorpje. We zijn er bijna, maar niet voordat we een enorme plens water over ons heen krijgen en een harde klap horen. Regen en onweer dus! Nadat ik mijn backpack binnenstebuiten heb gekeerd (na al die zon lag mijn regenjas helemaal onderop – nooit handig), rennen we door het struikgewas naar een houten hutje, waar we schuilen. Vijf minuten later is de kust weer veilig en dalen we verder af naar het dal, waar we overnachten in Albergo Zebru. Het is fijn om weer even in de bewoonde wereld te zijn en wat inkopen te doen bij de lokale supermarkt en een frisse douche te nemen!

Etappe 6

  • Sant’Antonio – Rifugio Monte Scale
  • 16 km

We hebben de hoge bergen achter ons gelaten en vanuit het dal klimmen we op dag zes weer omhoog. Hoewel dit in theorie een van de makkelijkste etappes moet zijn, heb ik het zwaar. Ik voel de hoogtemeters van afgelopen dagen in mijn benen, en elke stap omhoog lijkt er een te veel. Het is warm en ik kom maar traag vooruit. Het is even verstand op nul en veel water drinken en snacks eten om mijn energie op peil te houden voor vandaag. Na zo’n acht uur komen we aan bij het stuwmeer Cancano, waar we in Rifugio Monte Scale slapen. Deze hut is een stuk luxer en heeft wat meer weg van een berghotel. Het uitzicht op het stuwmeer vanaf het terras is genieten. Het was zwaar vandaag, en ik ben blij dat we er zijn.

Etappe 7

  • Rifugio Monte Scale – Stelviopas
  • 22 km

Op dag zeven heb ik gelukkig weer volop energie om er nog een keer tegenaan te gaan voor de laatste etappe. We lopen vandaag terug naar de Stelviopas om het rondje om de Ortler compleet te maken. Het bergpad is vandaag breed en makkelijk, maar wel de langste etappe van de tocht: 22 kilometer. Het voelt altijd goed om een tocht veilig te voltooien en nog een laatste dag te genieten van de overweldigende natuur. Want dat was het op deze tocht: ultiem genieten. De machtige toppen om ons heen, prachtige trails door het Nationale Park, de rust, de bloemrijke alpenweiden en natuurlijk de gletsjers met altijd het uitzicht op de Ortler. In de namiddag komen we aan op de Stelviopas en ook vandaag is het hier een komen en gaan van motorrijders. Het contrast kan niet groter zijn met de vredige bergwereld waar we de afgelopen dagen in hebben gelopen. Het is zeker een van de mooiste huttentochten die ik ooit heb gemaakt. Aanrader!

Goed om te weten

  • Beste tijd om de Ortler Höhenweg te wandelen is juni t/m september.
  • Dit is een tocht voor ervaren wandelaars met alpiene ervaring.
  • Houd er rekening mee dat je ook in de zomermaanden nog sneeuwvelden kunt tegenkomen.
  • Op etappe drie, van de Dusseldorf Hütte naar de Zufallhütte, is er een trailafsluiting waardoor de je via het dal moet omlopen. Laat je informeren door de huttenwaard over de conditie op dat moment en maak een alternatief plan.
  • In etappe vier, van Zufall naar Pizzini, moet je een gletsjer oversteken. Dit doe je alleen met het juiste materiaal en als je de kennis hiervoor hebt. Als alternatief kun je – net zoals wij – een berggids inhuren. Dat kan via alpinschule-ortler.com.
  • Het zijn soms lange dagen met meer dan 1500 hoogtemeters, en dat is pittig. Begin vroeg en neem genoeg eten en drinken mee om je energie op peil te houden.
  • Als je precies deze tocht loopt, eindig je twee keer in een dorpje. Hier kun je slapen in een van de hotels. Als je alleen in berghutten wilt slapen, begin je in Stilfs en overnacht je elke dag in een berghut.

Uitgebreide informatie over de route

Lees verder