Fotoreportage: zo dochter, zo vader

Annelieke kreeg van haar vader de liefde voor hardlopen mee. Op zijn beurt krijgt vader Peter de passie voor de bergen mee van zijn dochter en haar man Wouter. Met zijn drieën beklimmen ze de Aiguille du Midi (3842 meter) vanaf de Mer de Glace. Peters eerste gletsjertocht.

Tekst en beeld Annelieke Joosten | Leestijd: 3 minuten

Twee klimmers met hun uitrusting staan op een glazen balkon en kijken uit over ruige, zonovergoten bergtoppen en een diepe vallei beneden, onder een helderblauwe hemel.
Twee bergbeklimmers met helmen, zonnebrillen en wandeluitrusting beklimmen een rotsachtige berghelling in fel zonlicht. Op de achtergrond zijn ruig terrein en steile rotswanden te zien.

Vanaf treinstation Montenvers nemen we de kabelbaan naar beneden richting de befaamde ijsgrot. We hijsen onszelf in onze klimgordels en leggen papa uit hoe hij zijn tas het beste kan inpakken. Dan stappen we de gletsjer op, Mer de Glace. Papa is verbaasd: ‘Waar is het ijs?’ Door alle rotsblokken zie je in het uiteinde van deze gletsjer het ijs helemaal niet meer.

Hoe verder we lopen, hoe meer ijs we zien. De spleten worden ook steeds talrijker en groter. We laten papa zien hoe hij over gletsjerspleten moet springen. Dat vindt hij wel leuk. ‘Joepie’, roept hij telkens als hij er overheen springt. Tja, met dit weer en deze droge condities is dit terrein echt één grote speeltuin.

Twee klimmers beklimmen een verticale metalen ladder die aan een steile, rotsachtige rotswand is bevestigd, en werpen in het felle zonlicht lange schaduwen op de rots.
Gekarteld blauwwit gletsjerijs met scherpe, ruige toppen en diepe spleten, doorkruist met donkergrijs vuil en puin, waardoor een oppervlak met een dramatische textuur ontstaat.

Onze eerste bestemming is Refuge du Requin, wat ‘toevluchtsoord van de haai’ betekent in het Frans. De hut is honderd jaar geleden gebouwd en de aanlooproute is inmiddels drastisch veranderd. De gletsjer is sinds 1990 maar liefst 170 meter gedaald ter hoogte van Montenvers. Daardoor moeten we nu verticaal omhoog via een ijzeren trap die aan de rotswand is bevestigd. Ik bestudeer het gezicht van papa, maar er is geen spoortje angst te bekennen. Hij kan zelfs niet wachten om de trap te beklimmen.

Een rustieke berghut met houten en stenen muren, zonnepanelen en bordjes bij de deur staat op een terras met uitzicht op hoge, met sneeuw bedekte bergen onder een bewolkte hemel.

Na de trap waar geen einde aan lijkt te komen, bereiken we de hut. De huttenwaarden zijn een relaxte Franse vrouw en haar partner. We zoeken onze bedden uit – stappelbedden in een slaapzaal voor twintig personen, lekker knus – en dan is het tijd voor theorieles.

Wouter legt mijn vader uit hoe we morgen in een touwgroep gaan lopen. ’s Avonds eten we wat de pot schaft en ik krijg op verzoek een veganistische variant daarvan. Pas de problem! We vragen aan de huttenwaard hoe de route naar Aiguille du Midi momenteel is. ‘Prima condities’, antwoordt ze. ‘Je bent met een uurtje of zes boven!’

Twee mensen met klimgordels zijn bezig een feloranje klimtouw aan elkaar te knopen, waarbij ze hun aandacht richten op het stevig vastzetten van een knoop. Alleen hun bovenlichamen en handen zijn zichtbaar, wat het belang van teamwork en veiligheid tijdens een avontuur in de buitenlucht benadrukt.
Een oudere man zit aan een houten tafel in een gezellige kamer en smeert jam op brood. Aan de muren hangen foto’s van bergen en gebedsvlaggen. Op de tafel staan mokken, een cameratas en ontbijtspullen.

Aangezien we een beginner bij ons hebben en deze huttenwaard vaker dan wij naar boven huppelt, tellen we daar nog maar een paar uur bij op. We besluiten de wekker om half vijf te zetten. Na een heerlijk ontbijtje van oploskoffie en droge boterhammen met jam gaan we op pad.

Grofgeprofileerde, met sneeuw bedekte bergen met gletsjers tegen een levendige roze en oranje zonsonderganghemel, die een dramatisch en kleurrijk alpenlandschap vormen.

Na een stukje scramblen komen we bij de besneeuwde gletsjer aan. Hier besluiten we om in touwgroep te gaan lopen. We bespreken de route die we gaan lopen. De Aiguille du Midi is nog net niet in zicht, maar ligt verstopt achter een rotspunt, wijst Wouter aan.

We sjokken traag maar gestaag door en nemen af en toe even een drink-, snack, plas- of fotopauze. De zonnebrandcrème vloeit rijkelijk, maar niet genoeg, merken we later als we beneden zijn. We zijn allemaal het plekje onder onze kin vergeten. Papa’s neus is wel goed ingesmeerd.

Een bergbeklimmer met een helm en een klimgordel richt een stok naar een rotsachtige bergtop, terwijl op de voorgrond dramatische wolken en een andere bergbeklimmer te zien zijn.
Een oudere man met een helm waarop een camera is bevestigd en een reflecterende zonnebril staat buiten onder een blauwe lucht met wolken en kijkt in de camera.

Ons einddoel is in zicht: Aiguille du Midi! Inmiddels zijn we op de besneeuwde Vallée Blanche beland, waar niets bescherming biedt tegen de zon. Hoe hoger we komen, hoe heter het wordt, hoe papperiger de sneeuw, hoe dieper we wegzakken, hoe bezweter onze lijven raken. Een smalle richel met duizelingwekkend steile afgrond aan weerszijden is de laatste horde. Moe maar apetrots komen we op de top het stationnetje van de kabelbaan binnen.

Een besneeuwde bergtop met ruige rotsen onder een gedeeltelijk bewolkte hemel, met op de top een gebouw en een antenneconstructie. In de sneeuw is een kronkelend pad te zien dat naar de berg leidt.
Twee bergbeklimmers met helmen en zonnebrillen, aan elkaar vastgebonden met een touw, staan in een besneeuwd berglandschap met dramatische wolken en grillige bergtoppen op de achtergrond. Ze zien er blij uit en lijken goed voorbereid op de omstandigheden in de bergen.

Wat een prachtige tocht was dit! En wat ben ik trots en dankbaar dat ik met mijn twee favoriete mannen op avontuur kan. Het smaakt naar meer, want in de zomer van 2026 fastpack ik de Tour du Mont Blanc. Mét mijn favo mannen. Dreamteam!

Terug naar overzicht