Tekst en beeld Bas Visscher | Leestijd: 9 minuten
Twee alpinisten onderweg op de Midi-Plan-graat in het Mont Blancmassief in goede omstandigheden.
In de zomer van 2003 maakte ik tijdens de afdaling van de Mont Blanc mijn eerste bijna-ongeluk mee in het alpinisme. Ik was op dat moment zestien jaar oud en nog relatief onervaren. Aanvankelijk verliep onze beklimming voorspoedig en we bereikten rond half negen ’s morgens de top van de Mont Blanc via de normaalroute. Dat was natuurlijk een geweldig moment in mijn nog jonge klimcarrière. Daarna begonnen we aan de afdaling naar Chamonix.
Een paar honderd meter onder de Refuge du Goûter volgde de passage waar ik al sinds de heenweg bang voor was: de traverse van het beruchte en gevaarlijke Grand Couloir. De oversteek was misschien maar 50 meter breed, maar doordat er om de haverklap enorme rotsblokken naar beneden kwamen, bonkte mijn hart in mijn keel. Zodra de steenslag even ophield, begonnen we te rennen. Toen ik in het midden van het couloir was, hoorde ik een nieuwe rotslawine aankomen. Ik sprintte uit alle macht naar de overkant en vond beschutting achter een groot rotsblok. Een bombardement aan stenen vloog over me heen, maar wonder boven wonder werd ik niet geraakt.
Even later stonden we met zijn allen op veilig terrein. We waren gelukkig ongedeerd en daalden opgelucht af naar Chamonix. Twee dagen later gebeurde het onvermijdelijke en kwam het tot een tragisch dodelijk ongeluk in die passage. De normaalroute naar de Mont Blanc werd vervolgens gesloten op last van de burgemeester van Chamonix.