MENU

Het geheim van de notenkraker

In het Zwitsers Nationaal Park leeft een intelligent vogeltje: de notenkraker. Hoogtelijnredacteur Femke Welvaart ging op onderzoek uit en maakte een driedaagse wandeltocht in het nationaal park. Stap voor stap leerde ze het gespikkelde vogeltje steeds beter kennen.

De wandeltocht start in Zernez, in het bezoekerscentrum van het Zwitsers Nationaal Park. Femke leert hier Florence kennen: “een wandelende encyclopedie die de eerste twee dagen met ons meeloopt”.  Femke, Florence en de fotograaf Joris Lugtigheid gaan op pad om de notenkraker te zoeken.

Chamanna Cluozza

Op de eerste wandeldag doen ze het rustig aan: drie uurtjes wandelen, met veel stijgen en dalen de bergrug over. Bij elkaar slechts acht kilometer, met 746 hoogtemeters stijgen en 345 dalen. En soms loopt de route net een meter buiten het park, gemarkeerd met paaltje 0073.

Aan de rand wachten jagers tot een ree zich buiten de zone waagt. “Maar die dieren zijn niet gek. Kennelijk weten ze heel goed wanneer ze gevaar lopen. Daarom wagen ze zich pas ’s nachts buiten het park en keren ze bijtijds terug.”

Het laatste stuk zakken ze af naar de rivier, in de verte aan de overkant zien ze de hut Chamanna Cluozza op 1882 meter hoogte. “We schuiven aan de lange tafels en eten wat de pot schaft: een eerlijke, voedzame maaltijd. De kachel brandt, de sfeer is goed en de huttenwaard met zijn grote zwarte borstelwenkbrauwen is de perfecte gastheer.”

Uitzicht boven de mist

De volgende ochtend gaan ze na het ontbijt snel op pad. “Terwijl we in het vroege ochtendlicht omhooglopen, trekt de mist door het Cluozzadal. In twee minuten zit die kant dicht.” Eenmaal boven de mist hebben ze een prachtig uitzicht.

“We dalen weer tot de boomgrens en dan vliegt er een notenkraker over. Daar gaat-ie! Hij landt in de top van een boom en raspt zijn tjilp met een rollende r. Krreehrr-krreehrr… (audiofragment).”

Nationaal Park Panoramaweg

Ze lopen over de Nationaal Park Panoramaweg, waar ze op een hoger punt marmotten, steenbokken, gemzen, een lammergier en de steenarend zien. Dan lopen ze naar Plan Praspöl (anderhalf uur) en dan door naar Vallun Chafuol.

Afgekloven kegels

“Op de laatste wandeldag lopen we van Süsom Givè via Alp Astra en het oerbos God da Tamangur naar S-charl.” In het bos zien ze een spoor van de notenkrakers. “We klimmen een paar meter omhoog naar een omgevallen boom en houden ons daar gedeisd in de hoop het door ons zo geliefde vogeltje te spotten.” Af en toe vliegt een notenkraker over, van boom naar boom. Hij landt hoog in de toppen en pikt met zijn stevige en scherpe snavel driftig in de takken.

De notenkraker vliegt af en toe van boom naar boom over, landt dan hoog in de toppen en pikt met zijn stevige en scherpe snavel driftig in de takken. “Tiktik-tiktik... Met een paar stevige tikken breekt hij de kegel van de tak en neemt hem in zijn snavel mee naar een veilige plek.”

“We kunnen hier wel uren blijven luisteren en kijken, maar we moeten verder.” Ze horen het rinkelen van koeienbellen. “Het is het typisch Zwitserse plaatje, het uithangbord voor de Zwitserse bergwereld: een alpenwei vol koeien en kalfjes met op de achtergrond puntige grijze bergen, op de toppen een beetje sneeuw en in de flanken geulen van gletsjers en grijs sediment. De zon schijnt, de wandelaars die we tegenkomen zijn vrolijk en ik prijs mezelf gelukkig.”

Hoogtelijn 2/2019 Vogelgeluid notenkraker Tochtenwiki