MENU

When nature calls

Hoogtelijn redacteur Florian van Olden schreef voor Hoogtelijn 2014-4 over poepen in de bergen. Iedere bergsporter voelt weleens het drukkende gevoel in de darmen, net nadat hij is vertrokken voor die prachtige overschrijding of mooie wandeling. Soms ben je op tijd en kun je nog terug naar het wc-tje bij de hut terwijl je tochtgenoten ongeduldig op je wachten. 

Iedere bergsporter voelt weleens het drukkende gevoel in de darmen, net nadat hij is vertrokken voor die prachtige overschrijding of mooie wandeling. Soms ben je op tijd en kun je nog terug naar het wc-tje bij de hut terwijl je tochtgenoten ongeduldig op je wachten. Maar wat doe je als er geen wc in de buurt is, als zich om je heen niets anders dan een ijzige vlakte uitstrekt?

Als je langs het pad roze papiertjes ziet liggen denk je wellicht: ze poepen hier kennelijk allemaal langs het pad. Je loopt wat verder het bos in en gaat hurken. Nog even een platte steen erop leggen, en niemand heeft er last van. Helaas is de steen al bezet. Eronder ligt een grote drol van iemand anders. Je zucht even en schuift wat bladeren over de hoop. De ervaring leert dat de mens een kuddedier is: hoe meer wc-papier er ligt, hoe lager de drempel voor anderen om er eigen uitwerpselen en wc-papier, dan wel ander afval bij te leggen. Bovendien zijn er ziektes die door met poep besmet water van mens op mens kunnen worden overgedragen. In de eerste plaats rust hier een taak voor de officiële instanties. Zo zijn nationale bergsportverenigingen vaak verantwoordelijk voor de ontsluiting van een gebied door het maken van hutten en bivaks. Dan buigen ze zich ook over sanitaire voorzieningen.