Gezichten uit de klim- en bergsport

De klim- en bergsport is voor iedereen anders en kent veel verschillende gezichten. Raffi, Deirdre, Ron en Ruud vertellen ieder hun eigen verhaal. Over opgroeien in de bergen, grenzen verleggen, vertrouwen terugvinden en blijven ontdekken. Vier verhalen, vier verschillende routes, één gedeelde liefde voor de klim- en bergsport.

Raffi: “De bergen als rode draad”

Met de paplepel ingegoten

Raffi, 56, komt al vanaf jongs af aan in de bergen. Als Alpiene Tochtleider deelt ze die ervaring ook met anderen. “Bergsport is echt een rode draad,” vertelt ze. “Ik ben er als kind al ingerold. Mijn ouders namen ons mee en daardoor hoorde het er gewoon bij. Het werd vanzelf een tweede natuur.”

Een specifiek moment waarop het ‘klikte’ kan ze niet aanwijzen. Wat ze zich wel sterk herinnert, is het moment dat ze via de NKBV gelijkgestemden ontmoette. “Dat je niet hoeft uit te leggen waarom het leuk is om dagen af te zien op wat mueslireepjes. Dat mensen dat gewoon begrijpen.”

Andere keuzes

Met de jaren verandert er wel iets. “Die zere voeten na een lange bergwandeling had ik vroeger niet,” zegt ze lachend. “Je moet er nu gewoon harder voor werken.”

Dat doet ze ook. “Ik sport eigenlijk elke dag wel een uur. Zwemmen, fietsen, hardlopen, paardrijden. En als ik binnenkort de bergen in ga, loop ik op kantoor zeven keer de trap op en neer. Dan maak ik vijfhonderd hoogtemeters op een dag.”

Ook haar manier van bergsport is veranderd. “Vroeger dacht ik: ik moet altijd de top op. Nu kan ik net zo genieten van een mooie pas of een goede bivakplek en dat geeft rust. Ik hoef niet meer per se die ene top te halen.”

Generaties verbinden

Een van de dingen waar ze het meest trots op is, is wat ze aan haar kinderen heeft meegegeven. “Dat ze zich veilig in de bergen kunnen bewegen. Dat hoorde er voor mij net zo bij als leren fietsen of zwemmen. Met mijn dochter stond ik op haar negende op de top van de Gran Paradiso. En met mijn moeder, die bijna tachtig is, loop ik nog steeds 800-1000 hoogtemeters op een dag.”

Raffi benadrukt dat avontuur ook betekent dat het soms misgaat. “Ik heb ook stomme dingen gedaan. Je leert daar echt van. Je moet wel respect hebben voor de bergen.” Volgens haar draait het om de juiste balans: “Een beetje bravoure, maar vooral ontzag.” Haar advies is dan ook helder. “Niet twijfelen, gewoon doen. Het is geen gespreid bedje, maar je krijgt er zóveel voor terug.” Voor haar gaat het niet om het overwinnen van de berg. “Het is eigenlijk altijd de strijd met jezelf. En als je die overwint — niet de berg, maar jezelf — dat vind ik het mooie.”

Wat maakt dat ze blijft gaan? Ze vat het eenvoudig samen: “Wat er ook gebeurt in de wereld, je kunt altijd naar de bergen. Ze blijven gewoon staan.”

Deirdre: “Ik doe veel met angst, maar ik doe het wel”

Niet voor mij

Voor Deirdre, 32, was sport lange tijd geen vanzelfsprekend onderdeel van haar leven. Door een spierziekte zocht ze jarenlang naar iets wat bij haar paste. “Ik weet dat bewegen belangrijk is, maar ik hou gewoon niet zo van sport,” vertelt ze. Klimmen zag ze dan ook niet meteen als een optie. “Ik dacht eigenlijk: dit is niets voor mij.”

Toch besloot ze het te proberen toen ze een advertentie zag van Stichting Paraklimmen Nederland. “Ik dacht: als het kan, dan is dit de manier om het uit te proberen.” Die eerste kennismaking verraste haar meteen. “Het was heel laagdrempelig. Er waren veel mensen die hielpen. De eerste route kwam ik niet ver, maar in de tweede route stond ik ineens bovenaan de wand. Dat had ik echt niet verwacht.”

Spannend vond ze het wel. “Ik heb hoogtevrees én ik vind het moeilijk om dingen niet te kunnen.” Bovenaan de wand merkte ze dat direct. “Toen ik naar beneden keek, draaide de wereld even.” Toch zette ze door. “Ik doe veel met angst, maar ik doe het wel.”

Samen zoeken wat werkt

Tussen haar eerste klimervaring en het moment dat ze ging trainen, ging haar lijf achteruit. “Dus de volgende keer was het eigenlijk veel moeilijker.” Toch bleef ze komen. “Ik dacht: het gaat nu anders en misschien langzamer, maar ik probeer het gewoon. Niet zoals anderen, maar ik kom meestal wel boven.”

Wat haar helpt, is de omgeving. “Ik train met een paraklimgroep en dat voelt heel fijn. Iedereen loopt ergens tegenaan en we denken samen na over oplossingen.” Die benadering maakt voor haar het verschil. “Mensen kijken naar wat je wél kan, in plaats van naar wat je niet kan.”

Meer kunnen dan gedacht

Volgens Deirdre hoef je niet per se sterk te zijn om te klimmen. “Je kunt heel veel oplossen met techniek.” Juist dat zoeken maakt de sport interessant voor haar. Klimmen heeft haar blik veranderd. “Ik heb ontdekt dat ik meer kan dan ik altijd dacht. Dat ik beter kan worden in iets, dat vind ik heel bijzonder.”

Voor anderen die twijfelen heeft ze een simpel advies. “Als je goed naar je lichaam kunt luisteren, is het altijd goed om het te proberen.” En misschien nog belangrijker: “Ook als je iets eng vindt of denkt dat je het niet kunt — probeer het gewoon.”

Fotograaf: Ruud Keulers

Ron Coenen: “Je zit vast, je kunt niet vallen”

Van revalidatie naar klimwand

Voor Ron Coenen, 75, begint klimmen via het revalidatiecentrum. “Zestien jaar geleden heb ik een herseninfarct gehad. Ik ben rechts verlamd geweest. Er was een project: iedereen kan sporten,” vertelt hij. “Je kon een paar sessies klimmen proberen en dat heb ik gedaan. Dat werd op zo’n fijne manier gedaan en gaf meteen zoveel vertrouwen, dat ik dacht: hier wil ik mee verder.” Wat als een eerste kennismaking begon, groeide verder. “Het was eerst een soort proeverij voor mensen met een beperking,” zegt hij. “Maar we zijn nu definitief met een aantal mensen gestart.”

Een eerste overwinning

Die eerste keer blijft hem scherp bij. “Ik heb best hoogtevrees — als ik op een stoel sta, vind ik het al spannend. En toch stond ik daar ineens aan die wand.” Hij lacht. “Ik koos ook nog een spannende route, ik keek recht de diepte in. Na twee meter dacht ik: ik moet stoppen.” Maar dan verandert er iets. “Op een gegeven moment voelde ik: ik zit vast, ik ben veilig. Je kunt niet vallen. Dat gaf me zóveel vertrouwen dat ik naar boven ben geklommen.” Het vertrouwen komt volgens Ron niet alleen door het vastzitten aan een touw, maar vooral door de begeleiding. “We werden op zo’n leuke, prettige manier begeleid." Ook praktische oplossingen maken verschil. “Ik hoor slecht. Na een paar meter hoor ik beneden niets meer. Met een microfoontje kan ik de zekeraar toch horen. Dan denk je: zie je wel, dit kan gewoon.”

Een sport waarin je jezelf kunt zijn

Wat hem raakt in de klimsport, is de sfeer. “Het was gezellig en respectvol. Niemand stelde vervelende vragen. Iedereen accepteert elkaar zoals hij is.”

Klimmen brengt hem meer dan alleen beweging. “Het is een uitdaging. Je gaat een drempel over.” Tegelijk merkt hij verbetering in zijn lichaam. “Mijn motoriek en coördinatie worden beter.” Voor anderen die twijfelen is hij duidelijk: “Altijd proberen. Wij zeggen weleens: de emmer wordt nooit meer helemaal vol, maar iedere druppel is er één. Al kom je maar twee meter hoog, dat zijn toch twee meter gewonnen.”

De kroon op zijn prestatie

Zijn mooiste moment? Ron glimlacht. “Met mijn kleinkinderen klimmen. Dat opa bovenaan de wand staat en zwaait. Dat is de kroon op wat ik bereikt hebt.”

Fotograaf: Freek van der Weijden

Ruud van Ginkel: "Leren lezen wat het terrein vertelt"

Meer dan de top bereiken

Al ruim veertig jaar is Ruud van Ginkel, 71, actief in de klim- en bergsport. Wat hem vanaf het begin aantrok, was niet het bereiken van een top, maar het leren lezen van het terrein. “De kortste weg naar de top is niet altijd een kaarsrechte weg,” zegt hij. Een gedachte die voor hem niet alleen in de bergen, maar ook daarbuiten steeds weer blijkt te kloppen.

De eerste echte klik

Zijn eerste echte klik met de sport ontstond in gletsjerterrein. Ingesneeuwd zitten in een hut, wachten tot het weer openbrak en samen een route zoeken door sneeuw en ijs voelde als thuiskomen. “Dat zoeken en sporen, het terrein leren lezen en aanvoelen hoe je er veilig doorheen beweegt, dat lag mij.”

Leren kijken als tochtleider

Als tochtleider vindt Ruud het belangrijk dat mensen niet alleen volgen, maar zelf leren kijken. Hij laat daarom geregeld iemand anders voorop lopen. “Zo worden mensen geen volgers. Ze gaan zelf nadenken. Dat geeft vertrouwen, aan hen en aan mij.” Regie houden betekent voor hem niet alles vastleggen, maar eerlijk zijn over wat lastig is en samen oplossingen vinden.

Door de jaren heen verschoof zijn focus. Gletsjers verdwenen, routes veranderden en hij liet het gletsjeralpinisme los. Wat ervoor terugkwam was minstens zo waardevol: huttentochten waarin samen onderweg zijn en aandacht voor het gebied centraal staan.

Fysiek en mentaal voorbereid

Ruud is daarbij nog altijd opvallend fit. Dat is geen toeval. Hij traint fanatiek en roeit wedstrijden. “Als tochtleider moet je om je deelnemers heen kunnen dansen,” zegt hij. “Voor en achter kunnen zijn, met bepakking. Dat vraagt gewoon een goede basis.”

Blijven ontdekken

Aan het einde van het gesprek pleit hij voor het ontdekken van nieuwe gebieden. “Er zijn zoveel mooie plekken die niet in de standaardgidsen staan,” zegt hij. “Als mensen ergens een bijzondere tocht hebben gemaakt, deel die dan.” Zelf haalde hij daar altijd veel plezier uit. “Je kijkt scherper en laat anderen iets nieuws zien.”

Aan wie twijfelt of de bergsport wel past, is Ruud duidelijk. “Gewoon proberen. Je hoeft geen bergbeklimmer te zijn. Met een goede conditie en nieuwsgierigheid kom je al een heel eind.” Voor hem blijft het simpel: de bergen zijn mooi, en dat is meer dan genoeg reden om telkens weer op pad te gaan.

Inclusie en diversiteit

Bij de NKBV werken we aan een omgeving waarin je je welkom voelt en jezelf kunt zijn. Diversiteit, inclusief gedrag en sociale veiligheid helpen ons om die omgeving samen te creëren.

Lees meer

Vink hem af